sl 25

 0    100 fiche    ganajerski
Télécharger mP3 Imprimer jouer consultez
 
question réponse
Ik doe het licht uit.
commencer à apprendre
Gaszę światło.
Zij zet haar telefoon op stil.
commencer à apprendre
Ona wycisza telefon.
Ik neem een glas melk.
commencer à apprendre
Biorę szklankę mleka.
Wij lopen naar het station.
commencer à apprendre
Idziemy na stację.
Hij maakt zijn bed op.
commencer à apprendre
On ścieli łóżko.
Ik koop een nieuwe mok.
commencer à apprendre
Kupuję nowy kubek.
Zij leest een bericht.
commencer à apprendre
Ona czyta wiadomość.
Ik ga naar de winkel om groenten te kopen.
commencer à apprendre
Idę do sklepu kupić warzywa.
Wij zitten in de keuken.
commencer à apprendre
Siedzimy w kuchni.
Ik heb een warme jas aan.
commencer à apprendre
Mam na sobie ciepłą kurtkę.
Hij eet een stuk brood.
commencer à apprendre
On je kawałek chleba.
Ik schrijf een korte e-mail.
commencer à apprendre
Piszę krótkiego maila.
Wij wachten op de taxi.
commencer à apprendre
Czekamy na taksówkę.
Ik zie een vogel op het dak.
commencer à apprendre
Widzę ptaka na dachu.
Zij draagt een lange jas.
commencer à apprendre
Ona nosi długi płaszcz.
Ik neem mijn tas mee naar werk.
commencer à apprendre
Zabieram torbę do pracy.
Wij gaan naar de bakker.
commencer à apprendre
Idziemy do piekarni.
Ik koop een doos eieren.
commencer à apprendre
Kupuję pudełko jajek.
Hij kijkt naar een serie.
commencer à apprendre
On ogląda serial.
Ik maak de keuken schoon.
commencer à apprendre
Sprzątam kuchnię.
Wij drinken warme thee.
commencer à apprendre
Pijemy ciepłą herbatę.
Ik open de deur voor mijn collega.
commencer à apprendre
Otwieram drzwi koledze.
Zij werkt in een hotel.
commencer à apprendre
Ona pracuje w hotelu.
Ik neem de trein naar huis.
commencer à apprendre
Jadę pociągiem do domu.
Wij eten samen pizza.
commencer à apprendre
Jemy razem pizzę.
Ik heb een afspraak bij de dokter.
commencer à apprendre
Mam wizytę u lekarza.
Hij zoekt zijn bril.
commencer à apprendre
On szuka swoich okularów.
Ik zet mijn computer uit.
commencer à apprendre
Wyłączam komputer.
Wij praten over onze hobby’s.
commencer à apprendre
Rozmawiamy o naszych hobby.
Ik neem een warme trui mee.
commencer à apprendre
Zabieram ciepły sweter.
Zij eet een stuk fruit.
commencer à apprendre
Ona je kawałek owocu.
Ik loop naar de bushalte.
commencer à apprendre
Idę na przystanek autobusowy.
Wij blijven binnen omdat het regent.
commencer à apprendre
Zostajemy w środku, bo pada.
Ik heb een nieuwe pen.
commencer à apprendre
Mam nowy długopis.
Hij maakt een kop koffie klaar.
commencer à apprendre
On przygotowuje kawę.
Ik schrijf mijn naam op het formulier.
commencer à apprendre
Piszę swoje imię na formularzu.
Wij gaan naar de kapper.
commencer à apprendre
Idziemy do fryzjera.
Ik neem een fles water uit mijn tas.
commencer à apprendre
Wyjmuję butelkę wody z torby.
Zij kijkt naar de lucht.
commencer à apprendre
Ona patrzy na niebo.
Ik zet de tv uit.
commencer à apprendre
Wyłączam telewizor.
Wij eten brood met boter.
commencer à apprendre
Jemy chleb z masłem.
Ik heb een kleine rugzak.
commencer à apprendre
Mam mały plecak.
Hij loopt naar de winkel.
commencer à apprendre
On idzie do sklepu.
Ik koop een pak suiker.
commencer à apprendre
Kupuję paczkę cukru.
Wij drinken koffie in de pauze.
commencer à apprendre
Pijemy kawę na przerwie.
Ik open mijn laptop.
commencer à apprendre
Otwieram laptopa.
Zij draagt een lichte trui.
commencer à apprendre
Ona nosi lekki sweter.
Ik neem de trap naar boven.
commencer à apprendre
Wchodzę po schodach.
Wij eten samen soep.
commencer à apprendre
Jemy razem zupę.
Ik zie een hond in de tuin.
commencer à apprendre
Widzę psa w ogrodzie.
Hij maakt een omelet.
commencer à apprendre
On robi omlet.
Ik schrijf een korte notitie.
commencer à apprendre
Piszę krótką notatkę.
Wij gaan naar het park.
commencer à apprendre
Idziemy do parku.
Ik neem mijn sleutels uit de lade.
commencer à apprendre
Wyjmuję klucze z szuflady.
Zij eet een peer.
commencer à apprendre
Ona je gruszkę.
Ik loop door de straat.
commencer à apprendre
Idę ulicą.
Wij praten met de leraar.
commencer à apprendre
Rozmawiamy z nauczycielem.
Ik koop een fles sap.
commencer à apprendre
Kupuję butelkę soku.
Hij kijkt naar zijn horloge.
commencer à apprendre
On patrzy na swój zegarek.
Ik zet mijn schoenen aan.
commencer à apprendre
Zakładam buty.
Wij eten rijst met kip.
commencer à apprendre
Jemy ryż z kurczakiem.
Ik heb een grote jas.
commencer à apprendre
Mam dużą kurtkę.
Zij werkt in een restaurant.
commencer à apprendre
Ona pracuje w restauracji.
Ik neem een warme douche.
commencer à apprendre
Biorę ciepły prysznic.
Wij gaan naar de tramhalte.
commencer à apprendre
Idziemy na przystanek tramwajowy.
Ik koop een nieuwe blouse.
commencer à apprendre
Kupuję nową bluzkę.
Hij leest een boek in de trein.
commencer à apprendre
On czyta książkę w pociągu.
Ik schrijf een berichtje.
commencer à apprendre
Piszę krótką wiadomość.
Wij drinken thee met citroen.
commencer à apprendre
Pijemy herbatę z cytryną.
Ik open de deur van de koelkast.
commencer à apprendre
Otwieram drzwi lodówki.
Zij draagt een roze jas.
commencer à apprendre
Ona nosi różową kurtkę.
Ik neem mijn portemonnee uit mijn tas.
commencer à apprendre
Wyjmuję portfel z torby.
Wij eten salade met tomaat.
commencer à apprendre
Jemy sałatkę z pomidorem.
Ik loop naar de badkamer.
commencer à apprendre
Idę do łazienki.
Hij maakt de vloer schoon.
commencer à apprendre
On czyści podłogę.
Ik schrijf een boodschappenlijstje.
commencer à apprendre
Piszę listę zakupów.
Wij gaan naar de dierentuin.
commencer à apprendre
Idziemy do zoo.
Ik koop een pak pasta.
commencer à apprendre
Kupuję paczkę makaronu.
Zij kijkt naar de planten.
commencer à apprendre
Ona patrzy na rośliny.
Ik zet mijn sjaal om.
commencer à apprendre
Zakładam szalik.
Wij eten yoghurt met honing.
commencer à apprendre
Jemy jogurt z miodem.
Ik heb een nieuwe jas gekocht.
commencer à apprendre
Kupiłem nową kurtkę.
Hij loopt naar de woonkamer.
commencer à apprendre
On idzie do salonu.
Ik neem een kop soep.
commencer à apprendre
Biorę kubek zupy.
Wij praten over het nieuws.
commencer à apprendre
Rozmawiamy o wiadomościach.
Ik open de deur voor mijn moeder.
commencer à apprendre
Otwieram drzwi mojej mamie.
Zij eet een stukje taart.
commencer à apprendre
Ona je kawałek ciasta.
Ik loop naar de tram.
commencer à apprendre
Idę do tramwaju.
Wij drinken water na het eten.
commencer à apprendre
Pijemy wodę po jedzeniu.
Ik koop een nieuwe rok.
commencer à apprendre
Kupuję nową spódnicę.
Hij kijkt naar de regen.
commencer à apprendre
On patrzy na deszcz.
Ik schrijf mijn adres op een kaart.
commencer à apprendre
Zapisuję swój adres na kartce.
Wij gaan naar een café.
commencer à apprendre
Idziemy do kawiarni.
Ik neem een warme muts mee.
commencer à apprendre
Zabieram ciepłą czapkę.
Zij draagt een bruine jas.
commencer à apprendre
Ona nosi brązową kurtkę.
Ik eet een boterham met kaas.
commencer à apprendre
Jem kanapkę z serem.
Wij lopen door het winkelcentrum.
commencer à apprendre
Idziemy przez centrum handlowe.
Ik koop een fles water voor onderweg.
commencer à apprendre
Kupuję butelkę wody na drogę.
Hij maakt een kop thee voor mij.
commencer à apprendre
On robi dla mnie herbatę.
Ik sluit het raam omdat het koud is.
commencer à apprendre
Zamykam okno, bo jest zimno.

Vous devez vous connecter pour poster un commentaire.