sl 23

 0    100 fiche    ganajerski
Télécharger mP3 Imprimer jouer consultez
 
question réponse
Ik zet mijn tas op de grond.
commencer à apprendre
Kładę torbę na podłodze.
Zij drinkt warme thee.
commencer à apprendre
Ona pije ciepłą herbatę.
Ik loop naar de bushalte.
commencer à apprendre
Idę na przystanek autobusowy.
Wij eten brood met jam.
commencer à apprendre
Jemy chleb z dżemem.
Hij maakt de deur dicht.
commencer à apprendre
On zamyka drzwi.
Ik neem een kop koffie.
commencer à apprendre
Biorę filiżankę kawy.
Zij leest een tijdschrift.
commencer à apprendre
Ona czyta czasopismo.
Ik ga naar de winkel om melk te kopen.
commencer à apprendre
Idę do sklepu kupić mleko.
Wij zitten in de woonkamer.
commencer à apprendre
Siedzimy w salonie.
Ik heb een nieuwe jas gekocht.
commencer à apprendre
Kupiłem nową kurtkę.
Hij eet een boterham met kaas.
commencer à apprendre
On je kanapkę z serem.
Ik schrijf een bericht naar mijn vriend.
commencer à apprendre
Piszę wiadomość do mojego przyjaciela.
Wij wachten op de trein.
commencer à apprendre
Czekamy na pociąg.
Ik zie een hond op straat.
commencer à apprendre
Widzę psa na ulicy.
Zij draagt een blauwe rok.
commencer à apprendre
Ona nosi niebieską spódnicę.
Ik neem mijn paraplu mee.
commencer à apprendre
Zabieram ze sobą parasol.
Wij gaan naar de markt.
commencer à apprendre
Idziemy na targ.
Ik koop een kilo appels.
commencer à apprendre
Kupuję kilogram jabłek.
Hij kijkt naar de televisie.
commencer à apprendre
On ogląda telewizję.
Ik maak mijn huis schoon.
commencer à apprendre
Sprzątam dom.
Wij drinken water met citroen.
commencer à apprendre
Pijemy wodę z cytryną.
Ik open het raam.
commencer à apprendre
Otwieram okno.
Zij werkt in een ziekenhuis.
commencer à apprendre
Ona pracuje w szpitalu.
Ik neem de tram naar het centrum.
commencer à apprendre
Jadę tramwajem do centrum.
Wij eten samen avondeten.
commencer à apprendre
Jemy razem kolację.
Ik heb een afspraak bij de tandarts.
commencer à apprendre
Mam wizytę u dentysty.
Hij zoekt een parkeerplaats.
commencer à apprendre
On szuka miejsca parkingowego.
Ik zet mijn laptop op tafel.
commencer à apprendre
Kładę laptop na stole.
Wij praten over onze vakantie.
commencer à apprendre
Rozmawiamy o naszych wakacjach.
Ik neem een warme jas mee.
commencer à apprendre
Zabieram ciepłą kurtkę.
Zij eet een stuk taart.
commencer à apprendre
Ona je kawałek ciasta.
Ik loop naar de supermarkt.
commencer à apprendre
Idę do supermarketu.
Wij blijven thuis vandaag.
commencer à apprendre
Zostajemy dziś w domu.
Ik heb een nieuwe rugzak.
commencer à apprendre
Mam nowy plecak.
Hij maakt een kop soep warm.
commencer à apprendre
On podgrzewa kubek zupy.
Ik schrijf mijn naam op het papier.
commencer à apprendre
Piszę swoje imię na kartce.
Wij gaan naar de bibliotheek.
commencer à apprendre
Idziemy do biblioteki.
Ik neem een fles water mee.
commencer à apprendre
Zabieram butelkę wody.
Zij kijkt naar de maan.
commencer à apprendre
Ona patrzy na księżyc.
Ik zet de lamp aan.
commencer à apprendre
Włączam lampę.
Wij eten rijst met groenten.
commencer à apprendre
Jemy ryż z warzywami.
Ik heb een vraag voor jou.
commencer à apprendre
Mam do ciebie pytanie.
Hij loopt naar zijn werk.
commencer à apprendre
On idzie do pracy.
Ik koop een brood bij de bakker.
commencer à apprendre
Kupuję chleb u piekarza.
Wij drinken koffie in de ochtend.
commencer à apprendre
Pijemy kawę rano.
Ik open mijn agenda.
commencer à apprendre
Otwieram mój kalendarz.
Zij draagt een witte blouse.
commencer à apprendre
Ona nosi białą bluzkę.
Ik neem de lift naar boven.
commencer à apprendre
Jadę windą na górę.
Wij eten samen lunch.
commencer à apprendre
Jemy razem lunch.
Ik zie een mooie regenboog.
commencer à apprendre
Widzę piękną tęczę.
Hij maakt een broodje klaar.
commencer à apprendre
On przygotowuje kanapkę.
Ik schrijf een kaartje.
commencer à apprendre
Piszę kartkę.
Wij gaan naar de sportschool.
commencer à apprendre
Idziemy na siłownię.
Ik neem mijn sleutels mee.
commencer à apprendre
Zabieram ze sobą klucze.
Zij eet een appel.
commencer à apprendre
Ona je jabłko.
Ik loop door het park.
commencer à apprendre
Idę przez park.
Wij praten met onze buren.
commencer à apprendre
Rozmawiamy z sąsiadami.
Ik koop een fles cola.
commencer à apprendre
Kupuję butelkę coli.
Hij kijkt uit het raam.
commencer à apprendre
On patrzy przez okno.
Ik zet mijn schoenen aan.
commencer à apprendre
Zakładam buty.
Wij eten pasta met saus.
commencer à apprendre
Jemy makaron z sosem.
Ik heb een kleine kamer.
commencer à apprendre
Mam mały pokój.
Zij werkt in een winkel.
commencer à apprendre
Ona pracuje w sklepie.
Ik neem een warme douche.
commencer à apprendre
Biorę ciepły prysznic.
Wij gaan naar het station.
commencer à apprendre
Idziemy na stację.
Ik koop een nieuwe trui.
commencer à apprendre
Kupuję nowy sweter.
Hij leest een krant.
commencer à apprendre
On czyta gazetę.
Ik schrijf een e-mail.
commencer à apprendre
Piszę e-mail.
Wij drinken thee met honing.
commencer à apprendre
Pijemy herbatę z miodem.
Ik open de koelkast.
commencer à apprendre
Otwieram lodówkę.
Zij draagt een gele jas.
commencer à apprendre
Ona nosi żółtą kurtkę.
Ik neem mijn telefoon mee.
commencer à apprendre
Zabieram telefon.
Wij eten aardappelen met vlees.
commencer à apprendre
Jemy ziemniaki z mięsem.
Ik loop naar mijn kamer.
commencer à apprendre
Idę do swojego pokoju.
Hij maakt de vloer schoon.
commencer à apprendre
On czyści podłogę.
Ik schrijf een lijstje.
commencer à apprendre
Piszę listę.
Wij gaan naar de dierentuin.
commencer à apprendre
Idziemy do zoo.
Ik koop een pak sap.
commencer à apprendre
Kupuję karton soku.
Zij kijkt naar de bloemen.
commencer à apprendre
Ona patrzy na kwiaty.
Ik zet mijn bril op.
commencer à apprendre
Zakładam okulary.
Wij eten yoghurt met fruit.
commencer à apprendre
Jemy jogurt z owocami.
Ik heb een nieuwe telefoonhoes.
commencer à apprendre
Mam nowe etui na telefon.
Hij loopt naar de keuken.
commencer à apprendre
On idzie do kuchni.
Ik neem een kop soep.
commencer à apprendre
Biorę kubek zupy.
Wij praten over het weekend.
commencer à apprendre
Rozmawiamy o weekendzie.
Ik open de deur voor haar.
commencer à apprendre
Otwieram dla niej drzwi.
Zij eet een koekje.
commencer à apprendre
Ona je ciastko.
Ik loop naar de tramhalte.
commencer à apprendre
Idę na przystanek tramwajowy.
Wij drinken water na het sporten.
commencer à apprendre
Pijemy wodę po ćwiczeniach.
Ik koop een nieuwe broek.
commencer à apprendre
Kupuję nowe spodnie.
Hij kijkt naar de lucht.
commencer à apprendre
On patrzy na niebo.
Ik schrijf mijn telefoonnummer op.
commencer à apprendre
Zapisuję swój numer telefonu.
Wij gaan naar de kapper.
commencer à apprendre
Idziemy do fryzjera.
Ik neem een warme muts mee.
commencer à apprendre
Zabieram ciepłą czapkę.
Zij draagt een rode sjaal.
commencer à apprendre
Ona nosi czerwony szalik.
Ik eet een boterham met jam.
commencer à apprendre
Jem kanapkę z dżemem.
Wij lopen door de stad.
commencer à apprendre
Idziemy przez miasto.
Ik koop een fles water voor onderweg.
commencer à apprendre
Kupuję butelkę wody na drogę.
Hij maakt een kop koffie voor mij.
commencer à apprendre
On robi dla mnie kawę.
Ik sluit het raam omdat het waait.
commencer à apprendre
Zamykam okno, bo wieje.

Vous devez vous connecter pour poster un commentaire.