sl 16

 0    50 fiche    ganajerski
Télécharger mP3 Imprimer jouer consultez
 
question réponse
Ik drink elke ochtend koffie.
commencer à apprendre
Piję kawę każdego ranka.
De kinderen spelen in de tuin.
commencer à apprendre
Dzieci bawią się w ogrodzie.
Mijn broer werkt in een kantoor.
commencer à apprendre
Mój brat pracuje w biurze.
De winkel gaat om negen uur open.
commencer à apprendre
Sklep otwiera się o dziewiątej.
Ik neem de bus naar het centrum.
commencer à apprendre
Jadę autobusem do centrum.
De fiets staat voor het huis.
commencer à apprendre
Rower stoi przed domem.
Ik schrijf een brief aan mijn vriend.
commencer à apprendre
Piszę list do mojego przyjaciela.
De lamp geeft veel licht.
commencer à apprendre
Lampa daje dużo światła.
Het raam is helemaal open.
commencer à apprendre
Okno jest całkowicie otwarte.
De stoel staat naast de tafel.
commencer à apprendre
Krzesło stoi obok stołu.
Ik koop brood bij de bakker.
commencer à apprendre
Kupuję chleb w piekarni.
De kaas ligt op het bord.
commencer à apprendre
Ser leży na talerzu.
De soep is warm en zout.
commencer à apprendre
Zupa jest ciepła i słona.
Ik neem een fles water mee.
commencer à apprendre
Zabieram ze sobą butelkę wody.
De salade is vers en groen.
commencer à apprendre
Sałatka jest świeża i zielona.
De trein komt om half acht.
commencer à apprendre
Pociąg przyjeżdża o wpół do ósmej.
Ik wacht bij de bushalte.
commencer à apprendre
Czekam na przystanku autobusowym.
De taxi staat voor de deur.
commencer à apprendre
Taksówka stoi przed drzwiami.
De straat is lang en rustig.
commencer à apprendre
Ulica jest długa i spokojna.
Het park is heel mooi in de lente.
commencer à apprendre
Park jest bardzo ładny wiosną.
Ik lees een boek in de woonkamer.
commencer à apprendre
Czytam książkę w salonie.
De televisie staat te hard.
commencer à apprendre
Telewizor jest za głośno.
De koelkast is bijna leeg.
commencer à apprendre
Lodówka jest prawie pusta.
Ik maak de vloer schoon.
commencer à apprendre
Sprzątam podłogę.
De sleutel ligt op de tafel.
commencer à apprendre
Klucz leży na stole.
Ik heb een afspraak bij de kapper.
commencer à apprendre
Mam wizytę u fryzjera.
De dokter geeft mij een medicijn.
commencer à apprendre
Lekarz daje mi lekarstwo.
Ik voel pijn in mijn rug.
commencer à apprendre
Czuję ból w plecach.
De apotheek is dicht op zondag.
commencer à apprendre
Apteka jest zamknięta w niedzielę.
Ik neem een pauze op mijn werk.
commencer à apprendre
Robię przerwę w pracy.
De collega helpt mij met de taak.
commencer à apprendre
Kolega pomaga mi z zadaniem.
Ik maak een presentatie voor school.
commencer à apprendre
Robię prezentację do szkoły.
De docent legt de oefening uit.
commencer à apprendre
Nauczyciel wyjaśnia ćwiczenie.
De student leest de tekst hardop.
commencer à apprendre
Uczeń czyta tekst na głos.
Ik schrijf mijn naam op het formulier.
commencer à apprendre
Piszę swoje imię na formularzu.
De vraag is heel makkelijk.
commencer à apprendre
Pytanie jest bardzo łatwe.
Het antwoord staat in het boek.
commencer à apprendre
Odpowiedź jest w książce.
Ik heb geen idee wat dit is.
commencer à apprendre
Nie mam pojęcia, co to jest.
De keuze is aan jou.
commencer à apprendre
Wybór należy do ciebie.
Ik krijg hulp van mijn buurvrouw.
commencer à apprendre
Dostaję pomoc od sąsiadki.
De hond loopt naast mij.
commencer à apprendre
Pies idzie obok mnie.
De kat slaapt op de bank.
commencer à apprendre
Kot śpi na kanapie.
De vogel zit in de boom.
commencer à apprendre
Ptak siedzi na drzewie.
De bloem ruikt heel lekker.
commencer à apprendre
Kwiat pachnie bardzo ładnie.
De regen valt op het dak.
commencer à apprendre
Deszcz pada na dach.
De zon schijnt vandaag.
commencer à apprendre
Słońce świeci dzisiaj.
De lucht is blauw en helder.
commencer à apprendre
Niebo jest niebieskie i jasne.
Het blad is geel in de herfst.
commencer à apprendre
Liść jest żółty jesienią.
De rivier is breed en rustig.
commencer à apprendre
Rzeka jest szeroka i spokojna.
De berg is hoog en mooi.
commencer à apprendre
Góra jest wysoka i piękna.

Vous devez vous connecter pour poster un commentaire.