|
question |
réponse |
Czy mieszka pan tutaj od dawna? commencer à apprendre
|
|
Ja, al vijf jaar. | Nee, pas sinds vorige maand.
|
|
|
Bent u hier net komen ___? Czy dopiero się pan tutaj wprowadził? commencer à apprendre
|
|
Bent u hier net komen wonen? Ja, vorige week. | Nee, ik woon hier al een tijdje.
|
|
|
Czy pan również mieszka w tym budynku? commencer à apprendre
|
|
Woont u ook in dit gebouw? Ja, op de tweede verdieping. | Nee, ik kom alleen op bezoek.
|
|
|
Heeft u zich al aan de buren ___? Czy przedstawił się pan już sąsiadom? commencer à apprendre
|
|
Heeft u zich al aan de buren voorgesteld? Ja, ik heb even aangebeld. | Nog niet, maar dat wil ik binnenkort doen.
|
|
|
Heeft u misschien een ___? commencer à apprendre
|
|
Heeft u misschien een momentje? Ja hoor, zeg het maar. | Nu even niet, kan het straks?
|
|
|
Czy mogę pana o coś zapytać? commencer à apprendre
|
|
Ja hoor, natuurlijk. | Ik moet nu weg, kan het later?
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Ja, vooral ’s avonds. | Nee hoor, helemaal niet.
|
|
|
Ik hoop dat ik u niet ___. Mam nadzieję, że nie przeszkadzam. commencer à apprendre
|
|
Ik hoop dat ik u niet stoor. Nee hoor, u stoort niet. | Ik ben net bezig, kan het straks?
|
|
|
Kunt u me met deze kast even ___? Czy może mi pan na chwilę pomóc z tą szafą? commencer à apprendre
|
|
Kunt u me met deze kast even helpen? Ja hoor, wat moet ik doen? | Sorry, ik kan nu helaas niet.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Zullen we even kennismaken? Ja, gezellig! | Ik heb nu haast, misschien later.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Ja, ik kan hem nergens vinden. | Nee, ik heb hem gelukkig nog.
|
|
|
De voordeur gaat niet goed ___. Drzwi wejściowe nie domykają się dobrze. commencer à apprendre
|
|
De voordeur gaat niet goed dicht. Ik zal het even doorgeven. | Bij mij ging hij net wel dicht.
|
|
|
Czy może pan na chwilę przytrzymać drzwi? commencer à apprendre
|
|
Kunt u de deur even openhouden? Natuurlijk, loopt u maar door. | Eén momentje, ik heb mijn handen vol.
|
|
|
Czy działa u pana dzwonek do drzwi? commencer à apprendre
|
|
Ja, bij mij doet hij het. | Nee, hij is al dagen kapot.
|
|
|
Czy wie pan, gdzie jest szafka z licznikami? commencer à apprendre
|
|
Weet u waar de meterkast zit? Ja, in de gang links. | Nee, dat weet ik helaas niet.
|
|
|
Mijn sleutel past niet in het ___. Mój klucz nie pasuje do zamka. commencer à apprendre
|
|
Mijn sleutel past niet in het slot. Probeer de sleutel eens andersom. | Dan moet het slot misschien worden nagekeken.
|
|
|
Kan ik een extra sleutel laten ___? Czy mogę dorobić dodatkowy klucz? commencer à apprendre
|
|
Kan ik een extra sleutel laten bijmaken? Ja, vraag het even aan de beheerder. | Voor die sleutel is toestemming nodig.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Ik heb het ook gemerkt. | Vreemd, vanochtend werkte hij nog.
|
|
|
Mag ik mijn fiets hier ___? Czy mogę tutaj postawić rower? commencer à apprendre
|
|
Mag ik mijn fiets hier neerzetten? Ja, als de doorgang vrij blijft. | Nee, fietsen moeten buiten staan.
|
|
|
Waar kan ik de kinderwagen ___? Gdzie mogę zostawić wózek dziecięcy? commencer à apprendre
|
|
Waar kan ik de kinderwagen stallen? In de berging naast de ingang. | Vraag het even aan de beheerder.
|
|
|
Is de ___ bij de huur inbegrepen? Czy komórka lokatorska jest wliczona w najem? commencer à apprendre
|
|
Is de berging bij de huur inbegrepen? Ja, die hoort bij het appartement. | Nee, die huur je apart.
|
|
|
Kunt u het ___ achter u sluiten? Czy może pan zamknąć za sobą bramkę? commencer à apprendre
|
|
Kunt u het hek achter u sluiten? Ja hoor, natuurlijk. | O, sorry, ik was het vergeten.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Hebt u het alarm gehoord? Ja, het ging net af. | Nee, ik heb niets gehoord.
|
|
|
Mogen de ramen in de hal ___? Czy okna na klatce schodowej mogą być otwarte? commencer à apprendre
|
|
Mogen de ramen in de hal open? Ja, voor wat frisse lucht. | Liever niet, het regent naar binnen.
|
|
|
De verwarming wordt niet ___. Kaloryfery nie robią się ciepłe. commencer à apprendre
|
|
De verwarming wordt niet warm. Ik zal de monteur bellen. | Probeer de thermostaat iets hoger te zetten.
|
|
|
Heeft u ook geen ___ water? Czy pan też nie ma ciepłej wody? commencer à apprendre
|
|
Heeft u ook geen warm water? Nee, bij mij is het ook koud. | Jawel, bij mij werkt het gewoon.
|
|
|
De kraan blijft maar ___. commencer à apprendre
|
|
De kraan blijft maar lekken. Dan moet er iemand komen kijken. | Probeer hem voorlopig goed dicht te draaien.
|
|
|
Er zit een ___ in de afvoer. commencer à apprendre
|
|
Er zit een verstopping in de afvoer. Ik zal een loodgieter bellen. | Hebt u al geprobeerd de afvoer schoon te maken?
|
|
|
De wc spoelt niet goed ___. Toaleta nie spłukuje dobrze. commencer à apprendre
|
|
De wc spoelt niet goed door. Dat klinkt als een verstopping. | Misschien helpt het om de stortbak te controleren.
|
|
|
Het licht in de badkamer ___. commencer à apprendre
|
|
Het licht in de badkamer knippert. Dat kan aan de lamp liggen. | Ik zal het doorgeven aan de verhuurder.
|
|
|
Is de stroom bij u ook ___? Czy u pana również zabrakło prądu? commencer à apprendre
|
|
Is de stroom bij u ook uitgevallen? Ja, sinds een paar minuten. | Nee, hier werkt alles nog.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
De zekering is doorgeslagen. Ik zal even in de meterkast kijken. | Misschien staan er te veel apparaten tegelijk aan.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Er zit schimmel op de muur. Dat moet snel worden aangepakt. | Hebt u er al foto’s van gemaakt?
|
|
|
Het ___ kan niet meer dicht. Okno nie daje się już zamknąć. commencer à apprendre
|
|
Het raam kan niet meer dicht. Ik stuur een monteur langs. | Misschien zit het kozijn vast.
|
|
|
De ___ maakt veel lawaai. Okap kuchenny bardzo hałasuje. commencer à apprendre
|
|
De afzuigkap maakt veel lawaai. Dan moet hij nagekeken worden. | Bij mij klinkt hij ook zo.
|
|
|
Czy może pan przysłać fachowca? commencer à apprendre
|
|
Kunt u een monteur sturen? Ja, ik plan een afspraak in. | Helaas is er vandaag niemand beschikbaar.
|
|
|
Wanneer wordt de lekkage ___? Kiedy przeciek zostanie naprawiony? commencer à apprendre
|
|
Wanneer wordt de lekkage gerepareerd? Morgen komt er iemand langs. | We hebben nog geen datum.
|
|
|
Moet ik hiervoor zelf ___? Czy muszę sam za to zapłacić? commencer à apprendre
|
|
Moet ik hiervoor zelf betalen? Nee, dit valt onder het onderhoud. | Ja, dit is voor uw eigen rekening.
|
|
|
Zal ik er een foto van ___? Czy mam zrobić temu zdjęcie? commencer à apprendre
|
|
Zal ik er een foto van maken? Ja graag, dan kan ik het zien. | Nee, een beschrijving is voldoende.
|
|
|
Ik wil graag een ___ melden. Chciałbym zgłosić awarię. commencer à apprendre
|
|
Ik wil graag een storing melden. Waar gaat het precies om? | Hebt u daar al eerder over gebeld?
|
|
|
Hebt u ook last van het ___? Czy panu również przeszkadza ten hałas? commencer à apprendre
|
|
Hebt u ook last van het lawaai? Ja, vooral ’s nachts. | Nee, ik hoor eigenlijk niets.
|
|
|
Kunt u de muziek iets ___ zetten? Czy może pan trochę ściszyć muzykę? commencer à apprendre
|
|
Kunt u de muziek iets zachter zetten? Natuurlijk, sorry daarvoor. | Het staat al vrij zacht, maar ik zal kijken.
|
|
|
Is het geluid bij u ook zo ___? Czy u pana również jest tak głośno? commencer à apprendre
|
|
Is het geluid bij u ook zo hard? Ja, ik hoor het door de muur. | Nee, hier valt het mee.
|
|
|
Tot hoe laat duurt het ___? Do której potrwa impreza? commencer à apprendre
|
|
Tot hoe laat duurt het feestje? Waarschijnlijk tot middernacht. | We zijn bijna klaar.
|
|
|
Przepraszam za uciążliwości. commencer à apprendre
|
|
Geen probleem, kan gebeuren. | Bedankt, maar het was wel erg laat.
|
|
|
Er wordt hier vaak hard ___. Tutaj często ktoś głośno wierci. commencer à apprendre
|
|
Er wordt hier vaak hard geboord. Ja, het is al de hele week bezig. | Dat komt waarschijnlijk door de verbouwing.
|
|
|
We zijn het appartement aan het ___. Robimy remont mieszkania. commencer à apprendre
|
|
We zijn het appartement aan het verbouwen. Hoelang gaan de werkzaamheden duren? | Bedankt dat u het even laat weten.
|
|
|
Mag ik morgen wat vroeger ___? Czy mogę jutro zacząć trochę wcześniej? commencer à apprendre
|
|
Mag ik morgen wat vroeger beginnen? Ja hoor, geen probleem. | Liever niet vóór acht uur.
|
|
|
Zou u de gang vrij willen ___? Czy mógłby pan zostawić przejście na korytarzu wolne? commencer à apprendre
|
|
Zou u de gang vrij willen houden? Natuurlijk, ik haal mijn spullen weg. | Die kast kan ik niet in mijn eentje verplaatsen.
|
|
|
Wie maakt het trappenhuis ___? Kto sprząta klatkę schodową? commencer à apprendre
|
|
Wie maakt het trappenhuis schoon? Daar komt elke week een schoonmaker voor. | Volgens mij doen bewoners dat om de beurt.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Ja, dat is mijn fiets. | Nee, ik weet niet van wie die is.
|
|
|
Mag ik de ___ na u gebruiken? Czy mogę użyć pralki po panu? commencer à apprendre
|
|
Mag ik de wasmachine na u gebruiken? Ja hoor, ik ben bijna klaar. | Sorry, ik heb nog een was te doen.
|
|
|
Heeft u iets op de galerij laten ___? Czy zostawił pan coś na galerii przed mieszkaniami? commencer à apprendre
|
|
Heeft u iets op de galerij laten staan? Ja, ik haal het meteen weg. | Nee, dat is niet van mij.
|
|
|
Czy przeczytał pan regulamin budynku? commencer à apprendre
|
|
Hebt u de huisregels gelezen? Ja, ik heb ze gekregen bij het contract. | Nee, waar kan ik ze vinden?
|
|
|
Heeft u misschien een pakketje voor me ___? Czy może odebrał pan dla mnie paczkę? commencer à apprendre
|
|
Heeft u misschien een pakketje voor me aangenomen? Ja, het staat bij mij binnen. | Nee, ik heb niets aangenomen.
|
|
|
Kunt u mijn pakketje even ___? Czy może pan odebrać moją paczkę? commencer à apprendre
|
|
Kunt u mijn pakketje even aannemen? Ja hoor, als ik thuis ben. | Nee sorry, ik ben de hele dag weg.
|
|
|
Is er vandaag een ___ geweest? commencer à apprendre
|
|
Is er vandaag een bezorger geweest? Ja, rond twee uur. | Nee, ik heb niemand gezien.
|
|
|
Ik heb een briefje in de ___ gevonden. Znalazłem karteczkę w skrzynce pocztowej. commencer à apprendre
|
|
Ik heb een briefje in de brievenbus gevonden. Staat erop waar het pakket ligt? | Misschien is het van de bezorger.
|
|
|
Wanneer kan ik het pakket ___? Kiedy mogę odebrać paczkę? commencer à apprendre
|
|
Wanneer kan ik het pakket ophalen? Vanavond na zes uur. | Morgen ben ik de hele dag thuis.
|
|
|
Czy pana nazwisko jest na dzwonku? commencer à apprendre
|
|
Staat uw naam op de deurbel? Ja, naast de bovenste knop. | Nee, dat moet ik nog regelen.
|
|
|
Het pakket is bij de buren ___. Paczka została dostarczona do sąsiadów. commencer à apprendre
|
|
Het pakket is bij de buren afgeleverd. Dan ga ik daar even aanbellen. | Vreemd, ik was de hele dag thuis.
|
|
|
Kunt u het pakket voor de deur ___? Czy może pan zostawić paczkę przed drzwiami? commencer à apprendre
|
|
Kunt u het pakket voor de deur neerzetten? Ja, als u dat wilt. | Nee, hiervoor moet u tekenen.
|
|
|
Heeft u mijn ___ toevallig gezien? Czy widział pan może moją pocztę? commencer à apprendre
|
|
Heeft u mijn post toevallig gezien? Ja, er lag iets voor u in de hal. | Nee, ik heb niets gezien.
|
|
|
Ik denk dat deze brief verkeerd is ___. Chyba ten list dostarczono pod zły adres. commencer à apprendre
|
|
Ik denk dat deze brief verkeerd is bezorgd. O, die is inderdaad niet voor mij. | Dan kunt u hem teruggeven aan de postbezorger.
|
|
|
Wat is bij de huurprijs ___? Co jest wliczone w czynsz najmu? commencer à apprendre
|
|
Wat is bij de huurprijs inbegrepen? Water en verwarming zijn inbegrepen. | Alleen de kale huur, de rest betaalt u apart.
|
|
|
Is dit bedrag inclusief ___? Czy ta kwota obejmuje opłaty administracyjne? commencer à apprendre
|
|
Is dit bedrag inclusief servicekosten? Ja, alles zit erbij. | Nee, die komen er nog bovenop.
|
|
|
Wanneer moet de huur ___ worden? Kiedy trzeba zapłacić czynsz? commencer à apprendre
|
|
Wanneer moet de huur betaald worden? Uiterlijk op de eerste van de maand. | Dat staat in uw huurcontract.
|
|
|
Mag ik de ___ rechtstreeks bellen? Czy mogę zadzwonić bezpośrednio do wynajmującego? commencer à apprendre
|
|
Mag ik de verhuurder rechtstreeks bellen? Ja, ik stuur u het nummer. | Meld het liever eerst bij de beheerder.
|
|
|
Ik wil graag iets over mijn ___ vragen. Chciałbym o coś zapytać w sprawie umowy najmu. commencer à apprendre
|
|
Ik wil graag iets over mijn huurcontract vragen. Natuurlijk, wat wilt u weten? | Kunt u uw vraag even mailen?
|
|
|
Moet ik de ___ zelf vergoeden? Czy muszę sam pokryć szkodę? commencer à apprendre
|
|
Moet ik de schade zelf vergoeden? Dat hangt af van hoe het is ontstaan. | Nee, dat wordt door de verzekering gedekt.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Krijg ik mijn borg terug? Ja, na de eindinspectie. | Dat hangt af van de staat van de woning.
|
|
|
Kan ik mijn huurcontract ___? Czy mogę wypowiedzieć umowę najmu? commencer à apprendre
|
|
Kan ik mijn huurcontract opzeggen? Ja, met de afgesproken opzegtermijn. | Houd wel rekening met de voorwaarden.
|
|
|
Wanneer is de ___ van de woning? Kiedy odbędzie się kontrola mieszkania? commencer à apprendre
|
|
Wanneer is de inspectie van de woning? Volgende dinsdag om tien uur. | De afspraak moet nog worden ingepland.
|
|
|
Mag ik de muren zelf ___? Czy mogę sam pomalować ściany? commencer à apprendre
|
|
Mag ik de muren zelf schilderen? Ja, maar overleg eerst even. | Nee, daar is toestemming voor nodig.
|
|
|
Waar moet ik het afval ___? Gdzie powinienem wyrzucać śmieci? commencer à apprendre
|
|
Waar moet ik het afval weggooien? In de containers achter het gebouw. | Dat verschilt per soort afval.
|
|
|
Wanneer wordt het oud papier ___? Kiedy odbierana jest makulatura? commencer à apprendre
|
|
Wanneer wordt het oud papier opgehaald? Morgen volgens de afvalkalender. | Dat weet ik niet, kijk even op de website.
|
|
|
Moet plastic apart worden ___? Czy plastik trzeba zbierać osobno? commencer à apprendre
|
|
Moet plastic apart worden ingezameld? Ja, daar staat een aparte container voor. | Nee, hier mag het bij het restafval.
|
|
|
Hebben jullie nog ___ dat weg moet? Czy macie jeszcze odpady wielkogabarytowe do wyrzucenia? commencer à apprendre
|
|
Hebben jullie nog grofvuil dat weg moet? Ja, er staat nog een oude kast. | Nee, alles is al afgevoerd.
|
|
|
Mag ik de lift voor mijn verhuizing ___? Czy mogę zarezerwować windę na czas przeprowadzki? commencer à apprendre
|
|
Mag ik de lift voor mijn verhuizing reserveren? Ja, meld de datum bij de beheerder. | Nee, de lift kan niet worden gereserveerd.
|
|
|
Kunt u me helpen deze kast te ___? Czy może mi pan pomóc podnieść tę szafę? commencer à apprendre
|
|
Kunt u me helpen deze kast te tillen? Natuurlijk, welke kant zal ik pakken? | Sorry, mijn rug doet pijn.
|
|
|