|
question |
réponse |
Ik wil graag een ___ maken voor volgende week. Chciałbym umówić wizytę na przyszły tydzień. commencer à apprendre
|
|
Ik wil graag een afspraak maken voor volgende week. Natuurlijk, welke dag komt u uit? | Volgende week is helaas alles vol.
|
|
|
Kan ik voor ___ nog een afspraak maken? Czy mogę jeszcze umówić wizytę na jutro? commencer à apprendre
|
|
Kan ik voor morgen nog een afspraak maken? Ja, morgenmiddag hebben we nog plek. | Helaas, morgen zitten we helemaal vol.
|
|
|
Heeft u deze week nog een ___ vrij? Czy ma pan jeszcze wolny termin w tym tygodniu? commencer à apprendre
|
|
Heeft u deze week nog een plekje vrij? Ja, donderdagochtend kan nog. | Nee, pas volgende week is er weer plek.
|
|
|
Czy muszę wcześniej dokonać rezerwacji? commencer à apprendre
|
|
Moet ik van tevoren reserveren? Ja, graag. Dat kan via de website. | Nee hoor, u kunt gewoon binnenlopen.
|
|
|
Kan ik ook ___ afspraak langskomen? Czy mogę przyjść również bez umówionej wizyty? commencer à apprendre
|
|
Kan ik ook zonder afspraak langskomen? Ja, u kunt gewoon langskomen. | Nee, u moet echt eerst een afspraak maken.
|
|
|
Is er op donderdag nog iets ___? Czy jest jeszcze jakiś termin dostępny w czwartek? commencer à apprendre
|
|
Is er op donderdag nog iets beschikbaar? Ja, om half vier hebben we nog plek. | Nee, op donderdag is alles al geboekt.
|
|
|
Kan ik mij op de ___ laten zetten? Czy mogę zapisać się na listę oczekujących? commencer à apprendre
|
|
Kan ik mij op de wachtlijst laten zetten? Ja, ik zet u op de wachtlijst. | Helaas, we werken niet met een wachtlijst.
|
|
|
Hoe lang is de ___ ongeveer? Jak długi jest mniej więcej czas oczekiwania? commencer à apprendre
|
|
Hoe lang is de wachttijd ongeveer? Ongeveer twee weken. | Dat kan ik helaas nog niet zeggen.
|
|
|
Is er ook plek bij een andere ___? Czy jest też termin u innego pracownika? commencer à apprendre
|
|
Is er ook plek bij een andere medewerker? Ja, bij mijn collega kan het morgen. | Nee, ook mijn collega zit vol.
|
|
|
Kan ik mijn ___ voor de ochtend doorgeven? Czy mogę zgłosić, że wolę godzinę poranną? commencer à apprendre
|
|
Kan ik mijn voorkeur voor de ochtend doorgeven? Natuurlijk, ik schrijf het erbij. | Dat mag, maar we kunnen niets beloven.
|
|
|
Is de afspraak op ___ of online? Czy wizyta jest na miejscu czy online? commencer à apprendre
|
|
Is de afspraak op locatie of online? We zien u graag op locatie. | Het gesprek vindt online plaats.
|
|
|
Kan ik een afspraak voor twee ___ maken? Czy mogę zarezerwować termin dla dwóch osób? commencer à apprendre
|
|
Kan ik een afspraak voor twee personen maken? Ja, dat is mogelijk. | Nee, iedereen moet apart reserveren.
|
|
|
Waar kan ik een afspraak ___? Gdzie mogę zaplanować termin? commencer à apprendre
|
|
Waar kan ik een afspraak inplannen? Dat kan op onze website. | U kunt ons beter even bellen.
|
|
|
Kan ik de afspraak ___ regelen? Czy mogę ustalić termin przez telefon? commencer à apprendre
|
|
Kan ik de afspraak telefonisch regelen? Ja hoor, ik help u meteen. | Nee, dat kan alleen via de website.
|
|
|
Wat moet ik doen om me aan te ___? Co muszę zrobić, żeby się zapisać? commencer à apprendre
|
|
Wat moet ik doen om me aan te melden? Vul even dit formulier in. | U hoeft zich niet van tevoren aan te melden.
|
|
|
Wanneer komt het u het beste ___? Kiedy najbardziej panu pasuje? commencer à apprendre
|
|
Wanneer komt het u het beste uit? Dinsdag rond tien uur komt mij goed uit. | Deze week komt eigenlijk niet goed uit.
|
|
|
Czy godzina dziesiąta panu pasuje? commencer à apprendre
|
|
Ja, tien uur is prima. | Nee, liever wat later.
|
|
|
Zou ___ over drie ook kunnen? Czy kwadrans po trzeciej też by pasował? commencer à apprendre
|
|
Zou kwart over drie ook kunnen? Ja, kwart over drie lukt. | Nee, dan kan ik niet.
|
|
|
Is ___ negen niet te vroeg? Czy wpół do dziewiątej to nie za wcześnie? commencer à apprendre
|
|
Is half negen niet te vroeg? Nee hoor, half negen is prima. | Jawel, dat is voor mij te vroeg.
|
|
|
Ik ben pas na vijf uur ___. Jestem dostępny dopiero po piątej. commencer à apprendre
|
|
Ik ben pas na vijf uur beschikbaar. Dan plannen we iets na vijf uur. | Helaas zijn we dan al gesloten.
|
|
|
Niestety nie mogę tego dnia. commencer à apprendre
|
|
Ik kan die dag helaas niet. Geen probleem, welke dag wel? | Jammer, dan moeten we iets anders zoeken.
|
|
|
Ik heb dan al iets anders ___. Mam już wtedy inne plany. commencer à apprendre
|
|
Ik heb dan al iets anders gepland. Dat begrijp ik, we zoeken een ander moment. | Zou iets later die dag wel lukken?
|
|
|
Ik heb ___ twaalf en één even tijd. Mam czas między dwunastą a pierwszą. commencer à apprendre
|
|
Ik heb tussen twaalf en één even tijd. Mooi, zullen we om half één afspreken? | Dan hebben we helaas geen plek.
|
|
|
Kunnen we het een ___ later doen? Czy możemy zrobić to pół godziny później? commencer à apprendre
|
|
Kunnen we het een halfuurtje later doen? Ja, dat kan prima. | Nee, daarna heb ik al een afspraak.
|
|
|
Ik zou ___ in de ochtend komen. commencer à apprendre
|
|
Ik zou liever in de ochtend komen. Prima, om negen uur kan nog. | Helaas hebben we alleen middagplekken.
|
|
|
Mogę się trochę dostosować. commencer à apprendre
|
|
Ik kan me wel even aanpassen. Fijn, dan stel ik tien uur voor. | Dat hoeft niet, we vinden wel iets anders.
|
|
|
Ik moet eerst mijn ___ erbij pakken. Muszę najpierw zajrzeć do kalendarza. commencer à apprendre
|
|
Ik moet eerst mijn agenda erbij pakken. Natuurlijk, neemt u gerust de tijd. | Prima, bel dan later maar terug.
|
|
|
Sprawdzę, czy mi to pasuje. commencer à apprendre
|
|
Ik kijk even of het uitkomt. Prima, ik wacht even. | Geen haast, laat het later maar weten.
|
|
|
Zullen we het op vrijdag ___? Może zostawimy termin na piątek? commencer à apprendre
|
|
Zullen we het op vrijdag houden? Ja, vrijdag is goed. | Liever donderdag als dat kan.
|
|
|
Kunnen we een andere datum ___? Czy możemy ustalić inną datę? commencer à apprendre
|
|
Kunnen we een andere datum prikken? Ja, welke dag komt u uit? | Deze week lukt het helaas niet.
|
|
|
Czy mogę przełożyć wizytę? commencer à apprendre
|
|
Mag ik de afspraak verzetten? Natuurlijk, naar welke dag? | Helaas kan dat zo kort van tevoren niet meer.
|
|
|
Ik wil de afspraak graag ___ naar maandag. Chciałbym przenieść termin na poniedziałek. commencer à apprendre
|
|
Ik wil de afspraak graag verplaatsen naar maandag. Dat kan, maandag om twee uur. | Maandag is helaas al vol.
|
|
|
Kunnen we de afspraak een week ___? Czy możemy przełożyć termin o tydzień? commencer à apprendre
|
|
Kunnen we de afspraak een week uitstellen? Ja hoor, dat is geen probleem. | Liever niet, het moet deze week gebeuren.
|
|
|
Is het mogelijk om de afspraak te ___? Czy można przyspieszyć termin wizyty? commencer à apprendre
|
|
Is het mogelijk om de afspraak te vervroegen? Ja, er is een eerdere plek vrijgekomen. | Nee, dit is de eerste beschikbare datum.
|
|
|
Ik moet mijn afspraak helaas ___. Niestety muszę odwołać wizytę. commencer à apprendre
|
|
Ik moet mijn afspraak helaas afzeggen. Bedankt voor het doorgeven. | Wilt u meteen een nieuwe afspraak maken?
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Er is helaas iets tussengekomen. Dat kan gebeuren, zullen we verzetten? | Dat is vervelend. Kunt u morgen wel?
|
|
|
Ik kan ___ toch niet komen. Niespodziewanie jednak nie mogę przyjść. commencer à apprendre
|
|
Ik kan onverwacht toch niet komen. Geen probleem, we passen het aan. | Helaas is er dan wel een annuleringsbedrag.
|
|
|
Kan ik de afspraak naar volgende maand ___? Czy mogę przesunąć termin na przyszły miesiąc? commencer à apprendre
|
|
Kan ik de afspraak naar volgende maand schuiven? Ja, welke week heeft uw voorkeur? | Dat is helaas te laat voor deze afspraak.
|
|
|
Tot wanneer kan ik ___ annuleren? Do kiedy mogę bezpłatnie odwołać termin? commencer à apprendre
|
|
Tot wanneer kan ik kosteloos annuleren? Tot 24 uur van tevoren. | Helaas is gratis annuleren niet mogelijk.
|
|
|
Zijn er kosten ___ aan het annuleren? Czy odwołanie wiąże się z kosztami? commencer à apprendre
|
|
Zijn er kosten verbonden aan het annuleren? Ja, bij annulering op dezelfde dag wel. | Nee, annuleren is helemaal gratis.
|
|
|
Kan ik een nieuwe afspraak ___? Czy mogę umówić nowy termin? commencer à apprendre
|
|
Kan ik een nieuwe afspraak inplannen? Jazeker, welke dag past u? | Vandaag niet meer, maar morgen kan het wel.
|
|
|
Laat maar weten wanneer het u ___. Proszę dać znać, kiedy będzie panu pasowało. commencer à apprendre
|
|
Laat maar weten wanneer het u schikt. Donderdag past mij goed. | Ik weet het nog niet, ik laat het weten.
|
|
|
Kan ik de afspraak naar een andere dag ___? Czy mogę przebookować wizytę na inny dzień? commencer à apprendre
|
|
Kan ik de afspraak naar een andere dag omboeken? Ja, dat kunt u online doen. | Nee, daarvoor moet u even bellen.
|
|
|
Heeft u misschien een ___ in uw agenda? Czy ma pan może jakąś wolną chwilę w kalendarzu? commencer à apprendre
|
|
Heeft u misschien een gaatje in uw agenda? Ja, vrijdagmiddag heb ik nog even tijd. | Nee, deze week zit ik echt vol.
|
|
|
Ik wil liever niet op het laatste ___ afzeggen. Wolałbym nie odwoływać w ostatniej chwili. commencer à apprendre
|
|
Ik wil liever niet op het laatste moment afzeggen. Dat waarderen we, bedankt. | Dat begrijp ik, maar het kan altijd gebeuren.
|
|
|
Moet ik de afspraak ___ boeken? Czy muszę umówić wizytę od nowa? commencer à apprendre
|
|
Moet ik de afspraak opnieuw boeken? Ja, maak een nieuwe afspraak via de site. | Nee, ik kan de bestaande afspraak aanpassen.
|
|
|
Kunt u de afspraak even ___? Czy może pan potwierdzić termin? commencer à apprendre
|
|
Kunt u de afspraak even bevestigen? Natuurlijk, de afspraak staat voor vrijdag. | Ik zie de afspraak nog niet in ons systeem.
|
|
|
Krijg ik nog een ___ per e-mail? Czy dostanę jeszcze potwierdzenie mailem? commencer à apprendre
|
|
Krijg ik nog een bevestiging per e-mail? Ja, dat krijgt u binnen een paar minuten. | Nee, we sturen alleen een sms.
|
|
|
Kunt u het adres nog even ___? Czy może mi pan jeszcze podać adres? commencer à apprendre
|
|
Kunt u het adres nog even doorgeven? Ja, ik stuur het meteen door. | Het adres staat ook op onze website.
|
|
|
Wilt u uw achternaam even ___? Czy może pan przeliterować nazwisko? commencer à apprendre
|
|
Wilt u uw achternaam even spellen? Jazeker, ik spel het even voor u. | Momentje, ik pak mijn identiteitsbewijs erbij.
|
|
|
Op welke ___ staat de reservering? Na jakie nazwisko jest rezerwacja? commencer à apprendre
|
|
Op welke naam staat de reservering? Op naam van Kowalski. | Volgens mij staat die op naam van mijn partner.
|
|
|
Czy chodzi o najbliższy wtorek? commencer à apprendre
|
|
Is dat voor aanstaande dinsdag? Ja, aanstaande dinsdag klopt. | Nee, de dinsdag erna.
|
|
|
Ik heb de datum verkeerd ___. commencer à apprendre
|
|
Ik heb de datum verkeerd genoteerd. Geen probleem, ik geef de juiste datum door. | Zullen we meteen een nieuwe datum vastleggen?
|
|
|
Staat onze afspraak nog ___? Czy nasza wizyta nadal jest aktualna? commencer à apprendre
|
|
Staat onze afspraak nog steeds? Ja hoor, de afspraak staat nog. | Nee, die is gisteren verzet.
|
|
|
Gaat de afspraak morgen gewoon ___? Czy jutrzejsza wizyta odbędzie się normalnie? commencer à apprendre
|
|
Gaat de afspraak morgen gewoon door? Ja hoor, alles gaat gewoon door. | Nee, helaas is de afspraak afgezegd.
|
|
|
Krijg ik van tevoren nog een ___? Czy dostanę wcześniej przypomnienie? commencer à apprendre
|
|
Krijg ik van tevoren nog een herinnering? Ja, een dag van tevoren per sms. | Nee, we sturen geen herinneringen.
|
|
|
Ik heb nog geen bevestiging ___. Nie dostałem jeszcze potwierdzenia. commencer à apprendre
|
|
Ik heb nog geen bevestiging ontvangen. Ik stuur het meteen nog een keer. | Kijk ook even in uw spammap.
|
|
|
Kunt u het nog een keer ___? Czy może pan wysłać to jeszcze raz? commencer à apprendre
|
|
Kunt u het nog een keer sturen? Natuurlijk, ik stuur het opnieuw. | Dat kan ik niet, maar mijn collega wel.
|
|
|
Ik zie onze afspraak niet in mijn ___ staan. Nie widzę naszej wizyty w kalendarzu. commencer à apprendre
|
|
Ik zie onze afspraak niet in mijn agenda staan. Ik controleer even of de afspraak goed staat. | Dan sturen we u de bevestiging nog een keer.
|
|
|
Heeft u mijn bericht goed ___? Czy otrzymał pan moją wiadomość? commencer à apprendre
|
|
Heeft u mijn bericht goed ontvangen? Ja, ik heb uw bericht gezien. | Nee, ik heb helaas niets ontvangen.
|
|
|
Ik ben onderweg, maar ik loop wat ___ op. Jestem w drodze, ale mam lekkie opóźnienie. commencer à apprendre
|
|
Ik ben onderweg, maar ik loop wat vertraging op. Bedankt voor het laten weten. | Hoeveel later denkt u te zijn?
|
|
|
Ik kom ongeveer tien minuten ___. Spóźnię się około dziesięciu minut. commencer à apprendre
|
|
Ik kom ongeveer tien minuten later. Geen probleem, tot zo. | Dat wordt lastig, we hebben een strak schema.
|
|
|
Ik sta ___ in het verkeer. commencer à apprendre
|
|
Ik sta vast in het verkeer. Dat is vervelend, rijdt u voorzichtig. | Lukt het nog om op tijd te komen?
|
|
|
Ik ben iets te ___, is dat een probleem? Jestem trochę za wcześnie, czy to problem? commencer à apprendre
|
|
Ik ben iets te vroeg, is dat een probleem? Nee hoor, neemt u gerust plaats. | U mag binnen wachten, maar we beginnen op tijd.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Bij de receptie beneden. | U kunt meteen doorlopen naar kamer drie.
|
|
|
Moet ik bij de ___ wachten? Czy mam czekać przy recepcji? commencer à apprendre
|
|
Moet ik bij de receptie wachten? Ja, we roepen u vanzelf. | Nee, u kunt in de wachtruimte gaan zitten.
|
|
|
Ik heb een afspraak om ___ voor elf. commencer à apprendre
|
|
Ik heb een afspraak om kwart voor elf. Prima, mag ik uw naam? | Dan bent u wat vroeg, maar dat is geen probleem.
|
|
|
Kunt u ___ waar ik moet zijn? Czy może mi pan wskazać, dokąd mam iść? commencer à apprendre
|
|
Kunt u aangeven waar ik moet zijn? Ja, het is op de tweede verdieping. | Ik weet het niet precies, vraag het bij de balie.
|
|
|
Bij wie heb ik ___ een afspraak? Z kim dokładnie mam umówioną wizytę? commencer à apprendre
|
|
Bij wie heb ik precies een afspraak? Met mijn collega Eva. | Dat zoek ik even voor u op.
|
|
|
Hoelang ___ de afspraak ongeveer? Ile mniej więcej trwa wizyta? commencer à apprendre
|
|
Hoelang duurt de afspraak ongeveer? Ongeveer een halfuur. | Dat hangt ervan af wat er besproken wordt.
|
|
|
Moet ik iets ___ naar de afspraak? Czy muszę coś zabrać ze sobą na wizytę? commencer à apprendre
|
|
Moet ik iets meenemen naar de afspraak? Ja, neem uw identiteitsbewijs mee. | Nee, u hoeft niets mee te nemen.
|
|
|
Moet ik me ___ ergens voor aanmelden? Czy muszę się wcześniej gdzieś zarejestrować? commencer à apprendre
|
|
Moet ik me vooraf ergens voor aanmelden? Ja, vul thuis alvast het formulier in. | Nee hoor, dat doen we ter plekke.
|
|
|
Kan het gesprek ook telefonisch ___? Czy rozmowa może też odbyć się przez telefon? commencer à apprendre
|
|
Kan het gesprek ook telefonisch plaatsvinden? Ja, ik bel u op het afgesproken tijdstip. | Nee, dit moet echt persoonlijk.
|
|
|
Zou een ___ ook mogelijk zijn? Czy możliwa byłaby też wideorozmowa? commencer à apprendre
|
|
Zou een videogesprek ook mogelijk zijn? Ja, ik stuur een link. | Nee, wij werken alleen met telefoongesprekken.
|
|
|
Kunt u mij een ___ sturen? Czy może mi pan wysłać zaproszenie? commencer à apprendre
|
|
Kunt u mij een uitnodiging sturen? Natuurlijk, ik mail het meteen. | Ik stuur liever een agenda-uitnodiging.
|
|
|
Ik kan de link naar de afspraak niet ___. Nie mogę otworzyć linku do spotkania. commencer à apprendre
|
|
Ik kan de link naar de afspraak niet openen. Ik stuur u een nieuwe link. | Probeer het eens in een andere browser.
|
|
|
Mijn ___ doet het niet, hoort u mij wel? Nie działa mi kamera, ale czy mnie pan słyszy? commencer à apprendre
|
|
Mijn camera doet het niet, hoort u mij wel? Ja, ik hoor u prima. | Nee, ik hoor u ook niet goed.
|
|
|
Zullen we meteen een ___ maken? Może od razu ustalimy termin kolejnego spotkania? commencer à apprendre
|
|
Zullen we meteen een vervolgafspraak maken? Ja graag, volgende week kan ik weer. | Liever nog niet, ik weet mijn planning niet.
|
|
|
Wanneer kan ik de ___ verwachten? Kiedy mogę spodziewać się wyniku? commencer à apprendre
|
|
Wanneer kan ik de uitslag verwachten? Meestal binnen vijf werkdagen. | Dat weten we nog niet precies.
|
|
|
Fijn dat we dit hebben kunnen ___. Dobrze, że udało nam się to ustalić. commencer à apprendre
|
|
Fijn dat we dit hebben kunnen afspreken. Helemaal mee eens, tot volgende week. | Fijn, ik stuur het nog even per mail.
|
|
|