6 - Terminy, rezerwacje oraz przekładanie

 0    80 fiche    bartoszkowalewski90
Télécharger mP3 Imprimer jouer consultez
 
question réponse
Ik wil graag een ___ maken voor volgende week.
Chciałbym umówić wizytę na przyszły tydzień.
commencer à apprendre
Ik wil graag een afspraak maken voor volgende week.
Natuurlijk, welke dag komt u uit? | Volgende week is helaas alles vol.
afspraak
Kan ik voor ___ nog een afspraak maken?
Czy mogę jeszcze umówić wizytę na jutro?
commencer à apprendre
Kan ik voor morgen nog een afspraak maken?
Ja, morgenmiddag hebben we nog plek. | Helaas, morgen zitten we helemaal vol.
morgen
Heeft u deze week nog een ___ vrij?
Czy ma pan jeszcze wolny termin w tym tygodniu?
commencer à apprendre
Heeft u deze week nog een plekje vrij?
Ja, donderdagochtend kan nog. | Nee, pas volgende week is er weer plek.
plekje
Moet ik van tevoren ___?
Czy muszę wcześniej dokonać rezerwacji?
commencer à apprendre
Moet ik van tevoren reserveren?
Ja, graag. Dat kan via de website. | Nee hoor, u kunt gewoon binnenlopen.
reserveren
Kan ik ook ___ afspraak langskomen?
Czy mogę przyjść również bez umówionej wizyty?
commencer à apprendre
Kan ik ook zonder afspraak langskomen?
Ja, u kunt gewoon langskomen. | Nee, u moet echt eerst een afspraak maken.
zonder
Is er op donderdag nog iets ___?
Czy jest jeszcze jakiś termin dostępny w czwartek?
commencer à apprendre
Is er op donderdag nog iets beschikbaar?
Ja, om half vier hebben we nog plek. | Nee, op donderdag is alles al geboekt.
beschikbaar
Kan ik mij op de ___ laten zetten?
Czy mogę zapisać się na listę oczekujących?
commencer à apprendre
Kan ik mij op de wachtlijst laten zetten?
Ja, ik zet u op de wachtlijst. | Helaas, we werken niet met een wachtlijst.
wachtlijst
Hoe lang is de ___ ongeveer?
Jak długi jest mniej więcej czas oczekiwania?
commencer à apprendre
Hoe lang is de wachttijd ongeveer?
Ongeveer twee weken. | Dat kan ik helaas nog niet zeggen.
wachttijd
Is er ook plek bij een andere ___?
Czy jest też termin u innego pracownika?
commencer à apprendre
Is er ook plek bij een andere medewerker?
Ja, bij mijn collega kan het morgen. | Nee, ook mijn collega zit vol.
medewerker
Kan ik mijn ___ voor de ochtend doorgeven?
Czy mogę zgłosić, że wolę godzinę poranną?
commencer à apprendre
Kan ik mijn voorkeur voor de ochtend doorgeven?
Natuurlijk, ik schrijf het erbij. | Dat mag, maar we kunnen niets beloven.
voorkeur
Is de afspraak op ___ of online?
Czy wizyta jest na miejscu czy online?
commencer à apprendre
Is de afspraak op locatie of online?
We zien u graag op locatie. | Het gesprek vindt online plaats.
locatie
Kan ik een afspraak voor twee ___ maken?
Czy mogę zarezerwować termin dla dwóch osób?
commencer à apprendre
Kan ik een afspraak voor twee personen maken?
Ja, dat is mogelijk. | Nee, iedereen moet apart reserveren.
personen
Waar kan ik een afspraak ___?
Gdzie mogę zaplanować termin?
commencer à apprendre
Waar kan ik een afspraak inplannen?
Dat kan op onze website. | U kunt ons beter even bellen.
inplannen
Kan ik de afspraak ___ regelen?
Czy mogę ustalić termin przez telefon?
commencer à apprendre
Kan ik de afspraak telefonisch regelen?
Ja hoor, ik help u meteen. | Nee, dat kan alleen via de website.
telefonisch
Wat moet ik doen om me aan te ___?
Co muszę zrobić, żeby się zapisać?
commencer à apprendre
Wat moet ik doen om me aan te melden?
Vul even dit formulier in. | U hoeft zich niet van tevoren aan te melden.
melden
Wanneer komt het u het beste ___?
Kiedy najbardziej panu pasuje?
commencer à apprendre
Wanneer komt het u het beste uit?
Dinsdag rond tien uur komt mij goed uit. | Deze week komt eigenlijk niet goed uit.
uit
___ tien uur voor u?
Czy godzina dziesiąta panu pasuje?
commencer à apprendre
Past tien uur voor u?
Ja, tien uur is prima. | Nee, liever wat later.
Past
Zou ___ over drie ook kunnen?
Czy kwadrans po trzeciej też by pasował?
commencer à apprendre
Zou kwart over drie ook kunnen?
Ja, kwart over drie lukt. | Nee, dan kan ik niet.
kwart
Is ___ negen niet te vroeg?
Czy wpół do dziewiątej to nie za wcześnie?
commencer à apprendre
Is half negen niet te vroeg?
Nee hoor, half negen is prima. | Jawel, dat is voor mij te vroeg.
half
Ik ben pas na vijf uur ___.
Jestem dostępny dopiero po piątej.
commencer à apprendre
Ik ben pas na vijf uur beschikbaar.
Dan plannen we iets na vijf uur. | Helaas zijn we dan al gesloten.
beschikbaar
Ik kan die dag ___ niet.
Niestety nie mogę tego dnia.
commencer à apprendre
Ik kan die dag helaas niet.
Geen probleem, welke dag wel? | Jammer, dan moeten we iets anders zoeken.
helaas
Ik heb dan al iets anders ___.
Mam już wtedy inne plany.
commencer à apprendre
Ik heb dan al iets anders gepland.
Dat begrijp ik, we zoeken een ander moment. | Zou iets later die dag wel lukken?
gepland
Ik heb ___ twaalf en één even tijd.
Mam czas między dwunastą a pierwszą.
commencer à apprendre
Ik heb tussen twaalf en één even tijd.
Mooi, zullen we om half één afspreken? | Dan hebben we helaas geen plek.
tussen
Kunnen we het een ___ later doen?
Czy możemy zrobić to pół godziny później?
commencer à apprendre
Kunnen we het een halfuurtje later doen?
Ja, dat kan prima. | Nee, daarna heb ik al een afspraak.
halfuurtje
Ik zou ___ in de ochtend komen.
Wolałbym przyjść rano.
commencer à apprendre
Ik zou liever in de ochtend komen.
Prima, om negen uur kan nog. | Helaas hebben we alleen middagplekken.
liever
Ik kan me wel even ___.
Mogę się trochę dostosować.
commencer à apprendre
Ik kan me wel even aanpassen.
Fijn, dan stel ik tien uur voor. | Dat hoeft niet, we vinden wel iets anders.
aanpassen
Ik moet eerst mijn ___ erbij pakken.
Muszę najpierw zajrzeć do kalendarza.
commencer à apprendre
Ik moet eerst mijn agenda erbij pakken.
Natuurlijk, neemt u gerust de tijd. | Prima, bel dan later maar terug.
agenda
Ik kijk even of het ___.
Sprawdzę, czy mi to pasuje.
commencer à apprendre
Ik kijk even of het uitkomt.
Prima, ik wacht even. | Geen haast, laat het later maar weten.
uitkomt
Zullen we het op vrijdag ___?
Może zostawimy termin na piątek?
commencer à apprendre
Zullen we het op vrijdag houden?
Ja, vrijdag is goed. | Liever donderdag als dat kan.
houden
Kunnen we een andere datum ___?
Czy możemy ustalić inną datę?
commencer à apprendre
Kunnen we een andere datum prikken?
Ja, welke dag komt u uit? | Deze week lukt het helaas niet.
prikken
Mag ik de afspraak ___?
Czy mogę przełożyć wizytę?
commencer à apprendre
Mag ik de afspraak verzetten?
Natuurlijk, naar welke dag? | Helaas kan dat zo kort van tevoren niet meer.
verzetten
Ik wil de afspraak graag ___ naar maandag.
Chciałbym przenieść termin na poniedziałek.
commencer à apprendre
Ik wil de afspraak graag verplaatsen naar maandag.
Dat kan, maandag om twee uur. | Maandag is helaas al vol.
verplaatsen
Kunnen we de afspraak een week ___?
Czy możemy przełożyć termin o tydzień?
commencer à apprendre
Kunnen we de afspraak een week uitstellen?
Ja hoor, dat is geen probleem. | Liever niet, het moet deze week gebeuren.
uitstellen
Is het mogelijk om de afspraak te ___?
Czy można przyspieszyć termin wizyty?
commencer à apprendre
Is het mogelijk om de afspraak te vervroegen?
Ja, er is een eerdere plek vrijgekomen. | Nee, dit is de eerste beschikbare datum.
vervroegen
Ik moet mijn afspraak helaas ___.
Niestety muszę odwołać wizytę.
commencer à apprendre
Ik moet mijn afspraak helaas afzeggen.
Bedankt voor het doorgeven. | Wilt u meteen een nieuwe afspraak maken?
afzeggen
Er is helaas iets ___.
Niestety coś mi wypadło.
commencer à apprendre
Er is helaas iets tussengekomen.
Dat kan gebeuren, zullen we verzetten? | Dat is vervelend. Kunt u morgen wel?
tussengekomen
Ik kan ___ toch niet komen.
Niespodziewanie jednak nie mogę przyjść.
commencer à apprendre
Ik kan onverwacht toch niet komen.
Geen probleem, we passen het aan. | Helaas is er dan wel een annuleringsbedrag.
onverwacht
Kan ik de afspraak naar volgende maand ___?
Czy mogę przesunąć termin na przyszły miesiąc?
commencer à apprendre
Kan ik de afspraak naar volgende maand schuiven?
Ja, welke week heeft uw voorkeur? | Dat is helaas te laat voor deze afspraak.
schuiven
Tot wanneer kan ik ___ annuleren?
Do kiedy mogę bezpłatnie odwołać termin?
commencer à apprendre
Tot wanneer kan ik kosteloos annuleren?
Tot 24 uur van tevoren. | Helaas is gratis annuleren niet mogelijk.
kosteloos
Zijn er kosten ___ aan het annuleren?
Czy odwołanie wiąże się z kosztami?
commencer à apprendre
Zijn er kosten verbonden aan het annuleren?
Ja, bij annulering op dezelfde dag wel. | Nee, annuleren is helemaal gratis.
verbonden
Kan ik een nieuwe afspraak ___?
Czy mogę umówić nowy termin?
commencer à apprendre
Kan ik een nieuwe afspraak inplannen?
Jazeker, welke dag past u? | Vandaag niet meer, maar morgen kan het wel.
inplannen
Laat maar weten wanneer het u ___.
Proszę dać znać, kiedy będzie panu pasowało.
commencer à apprendre
Laat maar weten wanneer het u schikt.
Donderdag past mij goed. | Ik weet het nog niet, ik laat het weten.
schikt
Kan ik de afspraak naar een andere dag ___?
Czy mogę przebookować wizytę na inny dzień?
commencer à apprendre
Kan ik de afspraak naar een andere dag omboeken?
Ja, dat kunt u online doen. | Nee, daarvoor moet u even bellen.
omboeken
Heeft u misschien een ___ in uw agenda?
Czy ma pan może jakąś wolną chwilę w kalendarzu?
commencer à apprendre
Heeft u misschien een gaatje in uw agenda?
Ja, vrijdagmiddag heb ik nog even tijd. | Nee, deze week zit ik echt vol.
gaatje
Ik wil liever niet op het laatste ___ afzeggen.
Wolałbym nie odwoływać w ostatniej chwili.
commencer à apprendre
Ik wil liever niet op het laatste moment afzeggen.
Dat waarderen we, bedankt. | Dat begrijp ik, maar het kan altijd gebeuren.
moment
Moet ik de afspraak ___ boeken?
Czy muszę umówić wizytę od nowa?
commencer à apprendre
Moet ik de afspraak opnieuw boeken?
Ja, maak een nieuwe afspraak via de site. | Nee, ik kan de bestaande afspraak aanpassen.
opnieuw
Kunt u de afspraak even ___?
Czy może pan potwierdzić termin?
commencer à apprendre
Kunt u de afspraak even bevestigen?
Natuurlijk, de afspraak staat voor vrijdag. | Ik zie de afspraak nog niet in ons systeem.
bevestigen
Krijg ik nog een ___ per e-mail?
Czy dostanę jeszcze potwierdzenie mailem?
commencer à apprendre
Krijg ik nog een bevestiging per e-mail?
Ja, dat krijgt u binnen een paar minuten. | Nee, we sturen alleen een sms.
bevestiging
Kunt u het adres nog even ___?
Czy może mi pan jeszcze podać adres?
commencer à apprendre
Kunt u het adres nog even doorgeven?
Ja, ik stuur het meteen door. | Het adres staat ook op onze website.
doorgeven
Wilt u uw achternaam even ___?
Czy może pan przeliterować nazwisko?
commencer à apprendre
Wilt u uw achternaam even spellen?
Jazeker, ik spel het even voor u. | Momentje, ik pak mijn identiteitsbewijs erbij.
spellen
Op welke ___ staat de reservering?
Na jakie nazwisko jest rezerwacja?
commencer à apprendre
Op welke naam staat de reservering?
Op naam van Kowalski. | Volgens mij staat die op naam van mijn partner.
naam
Is dat voor ___ dinsdag?
Czy chodzi o najbliższy wtorek?
commencer à apprendre
Is dat voor aanstaande dinsdag?
Ja, aanstaande dinsdag klopt. | Nee, de dinsdag erna.
aanstaande
Ik heb de datum verkeerd ___.
Źle zapisałem datę.
commencer à apprendre
Ik heb de datum verkeerd genoteerd.
Geen probleem, ik geef de juiste datum door. | Zullen we meteen een nieuwe datum vastleggen?
genoteerd
Staat onze afspraak nog ___?
Czy nasza wizyta nadal jest aktualna?
commencer à apprendre
Staat onze afspraak nog steeds?
Ja hoor, de afspraak staat nog. | Nee, die is gisteren verzet.
steeds
Gaat de afspraak morgen gewoon ___?
Czy jutrzejsza wizyta odbędzie się normalnie?
commencer à apprendre
Gaat de afspraak morgen gewoon door?
Ja hoor, alles gaat gewoon door. | Nee, helaas is de afspraak afgezegd.
door
Krijg ik van tevoren nog een ___?
Czy dostanę wcześniej przypomnienie?
commencer à apprendre
Krijg ik van tevoren nog een herinnering?
Ja, een dag van tevoren per sms. | Nee, we sturen geen herinneringen.
herinnering
Ik heb nog geen bevestiging ___.
Nie dostałem jeszcze potwierdzenia.
commencer à apprendre
Ik heb nog geen bevestiging ontvangen.
Ik stuur het meteen nog een keer. | Kijk ook even in uw spammap.
ontvangen
Kunt u het nog een keer ___?
Czy może pan wysłać to jeszcze raz?
commencer à apprendre
Kunt u het nog een keer sturen?
Natuurlijk, ik stuur het opnieuw. | Dat kan ik niet, maar mijn collega wel.
sturen
Ik zie onze afspraak niet in mijn ___ staan.
Nie widzę naszej wizyty w kalendarzu.
commencer à apprendre
Ik zie onze afspraak niet in mijn agenda staan.
Ik controleer even of de afspraak goed staat. | Dan sturen we u de bevestiging nog een keer.
agenda
Heeft u mijn bericht goed ___?
Czy otrzymał pan moją wiadomość?
commencer à apprendre
Heeft u mijn bericht goed ontvangen?
Ja, ik heb uw bericht gezien. | Nee, ik heb helaas niets ontvangen.
ontvangen
Ik ben onderweg, maar ik loop wat ___ op.
Jestem w drodze, ale mam lekkie opóźnienie.
commencer à apprendre
Ik ben onderweg, maar ik loop wat vertraging op.
Bedankt voor het laten weten. | Hoeveel later denkt u te zijn?
vertraging
Ik kom ongeveer tien minuten ___.
Spóźnię się około dziesięciu minut.
commencer à apprendre
Ik kom ongeveer tien minuten later.
Geen probleem, tot zo. | Dat wordt lastig, we hebben een strak schema.
later
Ik sta ___ in het verkeer.
Utknąłem w korku.
commencer à apprendre
Ik sta vast in het verkeer.
Dat is vervelend, rijdt u voorzichtig. | Lukt het nog om op tijd te komen?
vast
Ik ben iets te ___, is dat een probleem?
Jestem trochę za wcześnie, czy to problem?
commencer à apprendre
Ik ben iets te vroeg, is dat een probleem?
Nee hoor, neemt u gerust plaats. | U mag binnen wachten, maar we beginnen op tijd.
vroeg
Waar kan ik me ___?
Gdzie mam się zgłosić?
commencer à apprendre
Waar kan ik me melden?
Bij de receptie beneden. | U kunt meteen doorlopen naar kamer drie.
melden
Moet ik bij de ___ wachten?
Czy mam czekać przy recepcji?
commencer à apprendre
Moet ik bij de receptie wachten?
Ja, we roepen u vanzelf. | Nee, u kunt in de wachtruimte gaan zitten.
receptie
Ik heb een afspraak om ___ voor elf.
Mam wizytę o 10:45.
commencer à apprendre
Ik heb een afspraak om kwart voor elf.
Prima, mag ik uw naam? | Dan bent u wat vroeg, maar dat is geen probleem.
kwart
Kunt u ___ waar ik moet zijn?
Czy może mi pan wskazać, dokąd mam iść?
commencer à apprendre
Kunt u aangeven waar ik moet zijn?
Ja, het is op de tweede verdieping. | Ik weet het niet precies, vraag het bij de balie.
aangeven
Bij wie heb ik ___ een afspraak?
Z kim dokładnie mam umówioną wizytę?
commencer à apprendre
Bij wie heb ik precies een afspraak?
Met mijn collega Eva. | Dat zoek ik even voor u op.
precies
Hoelang ___ de afspraak ongeveer?
Ile mniej więcej trwa wizyta?
commencer à apprendre
Hoelang duurt de afspraak ongeveer?
Ongeveer een halfuur. | Dat hangt ervan af wat er besproken wordt.
duurt
Moet ik iets ___ naar de afspraak?
Czy muszę coś zabrać ze sobą na wizytę?
commencer à apprendre
Moet ik iets meenemen naar de afspraak?
Ja, neem uw identiteitsbewijs mee. | Nee, u hoeft niets mee te nemen.
meenemen
Moet ik me ___ ergens voor aanmelden?
Czy muszę się wcześniej gdzieś zarejestrować?
commencer à apprendre
Moet ik me vooraf ergens voor aanmelden?
Ja, vul thuis alvast het formulier in. | Nee hoor, dat doen we ter plekke.
vooraf
Kan het gesprek ook telefonisch ___?
Czy rozmowa może też odbyć się przez telefon?
commencer à apprendre
Kan het gesprek ook telefonisch plaatsvinden?
Ja, ik bel u op het afgesproken tijdstip. | Nee, dit moet echt persoonlijk.
plaatsvinden
Zou een ___ ook mogelijk zijn?
Czy możliwa byłaby też wideorozmowa?
commencer à apprendre
Zou een videogesprek ook mogelijk zijn?
Ja, ik stuur een link. | Nee, wij werken alleen met telefoongesprekken.
videogesprek
Kunt u mij een ___ sturen?
Czy może mi pan wysłać zaproszenie?
commencer à apprendre
Kunt u mij een uitnodiging sturen?
Natuurlijk, ik mail het meteen. | Ik stuur liever een agenda-uitnodiging.
uitnodiging
Ik kan de link naar de afspraak niet ___.
Nie mogę otworzyć linku do spotkania.
commencer à apprendre
Ik kan de link naar de afspraak niet openen.
Ik stuur u een nieuwe link. | Probeer het eens in een andere browser.
openen
Mijn ___ doet het niet, hoort u mij wel?
Nie działa mi kamera, ale czy mnie pan słyszy?
commencer à apprendre
Mijn camera doet het niet, hoort u mij wel?
Ja, ik hoor u prima. | Nee, ik hoor u ook niet goed.
camera
Zullen we meteen een ___ maken?
Może od razu ustalimy termin kolejnego spotkania?
commencer à apprendre
Zullen we meteen een vervolgafspraak maken?
Ja graag, volgende week kan ik weer. | Liever nog niet, ik weet mijn planning niet.
vervolgafspraak
Wanneer kan ik de ___ verwachten?
Kiedy mogę spodziewać się wyniku?
commencer à apprendre
Wanneer kan ik de uitslag verwachten?
Meestal binnen vijf werkdagen. | Dat weten we nog niet precies.
uitslag
Fijn dat we dit hebben kunnen ___.
Dobrze, że udało nam się to ustalić.
commencer à apprendre
Fijn dat we dit hebben kunnen afspreken.
Helemaal mee eens, tot volgende week. | Fijn, ik stuur het nog even per mail.
afspreken

Vous devez vous connecter pour poster un commentaire.