2 - Restauracje

 0    65 fiche    bartoszkowalewski90
Télécharger mP3 Imprimer jouer consultez
 
question réponse
Goedenavond, heeft u ___?
Dobry wieczór, czy ma pan rezerwację?
commencer à apprendre
Goedenavond, heeft u gereserveerd?
Ja, op naam van De Vries. | Nee, heeft u nog een tafeltje voor twee?
gereserveerd
Voor hoeveel ___ is de reservering?
Na ile osób jest rezerwacja?
commencer à apprendre
Voor hoeveel personen is de reservering?
Voor twee personen, alstublieft. | Voor vier, maar we zijn nu nog met z'n drieën.
personen
We hebben om zeven uur ___.
Mamy rezerwację na siódmą.
commencer à apprendre
We hebben om zeven uur gereserveerd.
Uw tafel staat al klaar. | Uw tafel is helaas nog niet vrij. Wilt u even wachten?
gereserveerd
Kan ik een tafel voor twee ___?
Czy mogę zarezerwować stolik dla dwóch osób?
commencer à apprendre
Kan ik een tafel voor twee reserveren?
Ja, natuurlijk. Voor welke dag? | Nee, helaas, we zitten die avond vol.
reserveren
Heeft u vanavond nog ___?
Czy mają państwo dziś wieczorem jeszcze miejsce?
commencer à apprendre
Heeft u vanavond nog plek?
Ja, er is nog een tafel vrij. | Nee, helaas, alles is volgeboekt.
plek
We zijn iets te ___ aangekomen.
Przyszliśmy trochę za wcześnie.
commencer à apprendre
We zijn iets te vroeg aangekomen.
Geen probleem, uw tafel is al klaar. | Uw tafel is nog niet klaar. Wilt u aan de bar wachten?
vroeg
Sorry, we zijn een beetje ___.
Przepraszam, trochę się spóźniliśmy.
commencer à apprendre
Sorry, we zijn een beetje laat.
Geen probleem, uw tafel is nog beschikbaar. | Uw tafel is helaas vergeven. Ik kijk of er nog een andere vrij is.
laat
Ik wil mijn reservering graag ___.
Chciałbym zmienić swoją rezerwację.
commencer à apprendre
Ik wil mijn reservering graag wijzigen.
Natuurlijk. Wat wilt u veranderen? | Die wijziging is helaas niet mogelijk. Wilt u een andere tijd?
wijzigen
Ik moet de reservering helaas ___.
Niestety muszę odwołać rezerwację.
commencer à apprendre
Ik moet de reservering helaas annuleren.
Dat is goed, ik haal de reservering eruit. | Op welke naam staat de reservering?
annuleren
Loopt u maar even ___.
Proszę pójść ze mną.
commencer à apprendre
Loopt u maar even mee.
Dank u, ik kom eraan. | Een momentje, ik wacht nog op mijn vriend.
mee
Is er nog een plekje op het ___?
Czy jest jeszcze miejsce na tarasie?
commencer à apprendre
Is er nog een plekje op het terras?
Ja hoor, daar is nog een tafel vrij. | Nee, helaas, het terras zit vol.
terras
Zit u liever binnen of ___?
Woli pan siedzieć w środku czy na zewnątrz?
commencer à apprendre
Zit u liever binnen of buiten?
Liever buiten, als het kan. | Liever binnen, het is nogal koud.
buiten
Is deze tafel nog ___?
Czy ten stolik jest jeszcze wolny?
commencer à apprendre
Is deze tafel nog vrij?
Ja hoor, gaat u maar zitten. | Nee, die is al gereserveerd.
vrij
Zouden we bij het raam mogen ___?
Czy moglibyśmy usiąść przy oknie?
commencer à apprendre
Zouden we bij het raam mogen zitten?
Ja, dat kan. Loopt u maar mee. | Nee, die tafels zijn allemaal bezet.
zitten
Mag ik de ___ zien?
Czy mogę zobaczyć menu?
commencer à apprendre
Mag ik de menukaart zien?
Natuurlijk, ik breng hem zo. | We hebben geen papieren kaart. U kunt deze code scannen.
menukaart
Wilt u alvast iets ___?
Czy chciałby pan już coś do picia?
commencer à apprendre
Wilt u alvast iets drinken?
Ja, graag een glas water. | Nee, nog niet. We kijken eerst even.
drinken
Heeft u al een keuze kunnen ___?
Czy udało się panu już coś wybrać?
commencer à apprendre
Heeft u al een keuze kunnen maken?
Ja, ik zou graag de pasta bestellen. | Nee, we willen nog even kijken.
maken
Wat raadt u ___?
Co pan poleca?
commencer à apprendre
Wat raadt u aan?
De dagschotel is erg lekker. | De soep is een goede keuze als u iets kleins wilt.
aan
Wat is het gerecht van de ___?
Jakie jest danie dnia?
commencer à apprendre
Wat is het gerecht van de dag?
Vandaag hebben we zalm met groenten. | Er is vandaag geen apart daggerecht.
dag
Wat zit er in dit ___?
Co znajduje się w tym daniu?
commencer à apprendre
Wat zit er in dit gerecht?
Er zit onder andere room in. | Dat weet ik niet zeker. Ik vraag het even in de keuken.
gerecht
Is dit gerecht erg ___?
Czy to danie jest bardzo ostre?
commencer à apprendre
Is dit gerecht erg pittig?
Ja, het is behoorlijk pittig. | Nee hoor, het is vrij mild.
pittig
Wat mag het ___?
Co podać?
commencer à apprendre
Wat mag het zijn?
Voor mij een cappuccino, graag. | Voor mij hetzelfde als voor hem, graag.
zijn
Wilt u daar suiker ___?
Czy życzy pan sobie do tego cukru?
commencer à apprendre
Wilt u daar suiker bij?
Ja graag, één zakje. | Nee, zonder suiker graag.
bij
Heeft u ook ___?
Czy mają państwo również mleko owsiane?
commencer à apprendre
Heeft u ook havermelk?
Ja hoor, dat hebben we. | Nee, helaas, de havermelk is op.
havermelk
Wilt u water met of zonder ___?
Woli pan wodę gazowaną czy niegazowaną?
commencer à apprendre
Wilt u water met of zonder prik?
Met prik, graag. | Zonder prik, alstublieft.
prik
Mag ik nog een glas ___?
Czy mogę prosić jeszcze szklankę wody z kranu?
commencer à apprendre
Mag ik nog een glas kraanwater?
Ja hoor, ik breng het zo. | Nee, helaas, we schenken alleen flessenwater.
kraanwater
Mag ik nog een ___ bestellen?
Czy mogę zamówić jeszcze jedną kolejkę napojów?
commencer à apprendre
Mag ik nog een rondje bestellen?
Ja, natuurlijk. Wat wilt u drinken? | Nee, sorry, de bar is al gesloten.
rondje
Wilt u een kleine of een ___?
Małą czy dużą?
commencer à apprendre
Wilt u een kleine of een grote?
Een kleine, graag. | Doe maar een grote.
grote
Is het voor hier of om mee te ___?
Na miejscu czy na wynos?
commencer à apprendre
Is het voor hier of om mee te nemen?
Voor hier, graag. | Om mee te nemen, alstublieft.
nemen
Mag ik dit zonder ui ___?
Czy mogę zamówić to bez cebuli?
commencer à apprendre
Mag ik dit zonder ui bestellen?
Ja hoor, we maken het zonder ui. | Nee, de ui zit al in de saus.
bestellen
Kan ik de saus ___ krijgen?
Czy mogę dostać sos osobno?
commencer à apprendre
Kan ik de saus apart krijgen?
Ja, geen probleem. | Nee, de saus zit al door het gerecht.
apart
Wilt u er friet of salade ___?
Chce pan do tego frytki czy sałatkę?
commencer à apprendre
Wilt u er friet of salade bij?
Friet, graag. | Liever salade, alstublieft.
bij
Heeft u ook vegetarische ___?
Czy mają państwo również dania wegetariańskie?
commencer à apprendre
Heeft u ook vegetarische gerechten?
Ja, die staan hier op de kaart. | Nee, vandaag helaas niet.
gerechten
Ik ben allergisch voor ___.
Mam alergię na orzechy.
commencer à apprendre
Ik ben allergisch voor noten.
Bedankt dat u het zegt. Ik overleg met de keuken. | Ik weet niet of we dat gerecht veilig voor u kunnen maken. Ik vraag het na.
noten
Kunt u controleren of er noten in ___?
Czy może pan sprawdzić, czy są w tym orzechy?
commencer à apprendre
Kunt u controleren of er noten in zitten?
Ja, ik controleer het even in de keuken. | Ik weet het niet zeker. Ik haal iemand die het kan controleren.
zitten
Heeft u ook iets ___?
Czy mają państwo również coś bezglutenowego?
commencer à apprendre
Heeft u ook iets glutenvrijs?
Ja, we hebben ook glutenvrije gerechten. | Nee, we hebben op dit moment geen glutenvrije gerechten.
glutenvrijs
Ik wil graag iets ___ eten.
Chciałbym zjeść coś małego.
commencer à apprendre
Ik wil graag iets kleins eten.
Misschien is een kop soep iets voor u. | De keuken is helaas al dicht. We hebben nog wel wat gebak.
kleins
Mag ik er een extra ___ bij?
Czy mogę dostać dodatkowy widelec?
commencer à apprendre
Mag ik er een extra vork bij?
Ja hoor, ik haal er eentje. | Een momentje, ik moet eerst even nieuw bestek halen.
vork
Ik heb nog geen ___ gekregen.
Nie dostałem jeszcze sztućców.
commencer à apprendre
Ik heb nog geen bestek gekregen.
Excuses, ik breng het meteen. | U kunt het daar bij de balie pakken.
bestek
Zou u de bestelling even kunnen ___?
Czy może pan powtórzyć zamówienie?
commencer à apprendre
Zou u de bestelling even kunnen herhalen?
Ja, u had de pasta en een salade besteld. | Een momentje, ik pak mijn notities er even bij.
herhalen
Kan ik alvast wat brood ___?
Czy mogę już dostać trochę pieczywa?
commencer à apprendre
Kan ik alvast wat brood krijgen?
Ja hoor, ik breng het zo. | Nee, helaas, het brood is op.
krijgen
Eet ___!
Smacznego!
commencer à apprendre
Eet smakelijk!
Dank u wel! | Bedankt, dat zal wel lukken!
smakelijk
Is alles naar ___?
Czy wszystko jest w porządku / zgodnie z życzeniem?
commencer à apprendre
Is alles naar wens?
Ja, het smaakt heerlijk. | Helaas niet, mijn gerecht is niet warm genoeg.
wens
Ik heb iets anders ___.
Zamówiłem coś innego.
commencer à apprendre
Ik heb iets anders besteld.
Excuses, ik haal meteen het juiste gerecht. | Wat had u precies besteld?
besteld
Mijn eten is nog niet ___.
Moje jedzenie jeszcze nie dotarło.
commencer à apprendre
Mijn eten is nog niet gekomen.
Ik vraag meteen in de keuken waar het blijft. | Het duurt helaas nog even. Er zijn veel bestellingen.
gekomen
Het eten is helaas een beetje ___.
Jedzenie jest niestety trochę zimne.
commencer à apprendre
Het eten is helaas een beetje koud.
Excuses, ik laat het opnieuw klaarmaken. | Wat vervelend. Ik vraag de kok om ernaar te kijken.
koud
Zou u dit kunnen ___?
Czy mógłby pan to podgrzać?
commencer à apprendre
Zou u dit kunnen opwarmen?
Ja hoor, ik neem het even mee. | We kunnen beter een nieuw gerecht voor u maken.
opwarmen
Mag ik nog een ___?
Czy mogę prosić jeszcze serwetkę?
commencer à apprendre
Mag ik nog een servetje?
Ja hoor, alstublieft. | U kunt ze daar bij de bar pakken.
servetje
Waar is het ___?
Gdzie jest toaleta?
commencer à apprendre
Waar is het toilet?
Daar achterin, aan de linkerkant. | Boven aan de trap, rechts.
toilet
Mag ik de borden ___?
Czy mogę zabrać talerze?
commencer à apprendre
Mag ik de borden weghalen?
Ja hoor, we zijn klaar. | Nee, we zijn nog aan het eten.
weghalen
Mag ik de ___?
Czy mogę prosić rachunek?
commencer à apprendre
Mag ik de rekening?
Natuurlijk, ik breng hem zo. | U kunt vooraan bij de bar afrekenen.
rekening
Zal ik de rekening ___?
Czy przynieść rachunek?
commencer à apprendre
Zal ik de rekening brengen?
Ja graag, we willen afrekenen. | Nee, we willen eerst nog koffie bestellen.
brengen
Wilt u samen of ___ betalen?
Chcecie zapłacić razem czy osobno?
commencer à apprendre
Wilt u samen of apart betalen?
Samen, graag. | Apart, alstublieft.
apart
Kan ik ___?
Czy mogę zapłacić kartą?
commencer à apprendre
Kan ik pinnen?
Ja hoor, ik haal het pinapparaat. | Nee, het pinapparaat werkt niet. Kunt u contant betalen?
pinnen
Mag ik ook contant ___?
Czy mogę również zapłacić gotówką?
commencer à apprendre
Mag ik ook contant betalen?
Ja, natuurlijk. | Nee, sorry, u kunt hier alleen pinnen.
betalen
De rekening ___ volgens mij niet.
Wydaje mi się, że rachunek się nie zgadza.
commencer à apprendre
De rekening klopt volgens mij niet.
U heeft gelijk, ik pas het bedrag aan. | Kunt u aangeven wat er volgens u niet klopt?
klopt
Is de fooi al ___?
Czy napiwek jest już wliczony?
commencer à apprendre
Is de fooi al inbegrepen?
Ja, die zit al in het totaalbedrag. | Nee, die is niet inbegrepen.
inbegrepen
Mag ik de bon ___?
Czy mogę wziąć paragon?
commencer à apprendre
Mag ik de bon mee?
Ja hoor, ik print hem voor u. | De printer werkt niet. Mag ik de bon mailen?
mee
Kan ik een ___ achterlaten?
Czy mogę zostawić napiwek?
commencer à apprendre
Kan ik een fooi achterlaten?
Ja, dank u wel. Dat kan ook met de pin. | Dat hoeft echt niet, maar bedankt!
fooi
Bedankt en een fijne ___!
Dziękuję i miłego wieczoru!
commencer à apprendre
Bedankt en een fijne avond!
Dank u, hetzelfde! | Bedankt voor uw bezoek. Tot ziens!
avond
Kan ik de rest laten ___?
Czy mogę poprosić o zapakowanie reszty jedzenia?
commencer à apprendre
Kan ik de rest laten inpakken?
Ja hoor, ik pak het voor u in. | Helaas, we hebben geen bakjes meer.
inpakken
Waar kan ik mijn bestelling ___?
Gdzie mogę odebrać zamówienie?
commencer à apprendre
Waar kan ik mijn bestelling ophalen?
Bij de afhaalbalie, rechts van de ingang. | Bij mijn collega aan de bar.
ophalen
Hoelang duurt het ___?
Ile to mniej więcej potrwa?
commencer à apprendre
Hoelang duurt het ongeveer?
Ongeveer tien minuten. | Het is erg druk, dus minstens een halfuur.
ongeveer
Mag ik iets bestellen om af te ___?
Czy mogę zamówić coś na odbiór?
commencer à apprendre
Mag ik iets bestellen om af te halen?
Ja hoor, wat wilt u bestellen? | Nee, helaas, de keuken is al gesloten.
halen
Kunt u mijn naam even ___?
Czy może pan zapisać moje imię/nazwisko?
commencer à apprendre
Kunt u mijn naam even noteren?
Ja, natuurlijk. Wat is uw naam? | Wilt u uw naam zelf even opschrijven?
noteren

Vous devez vous connecter pour poster un commentaire.