|
question |
réponse |
Kunt u het ___ stukje nog even herhalen? Czy może pan powtórzyć ostatni fragment? commencer à apprendre
|
|
Kunt u het laatste stukje nog even herhalen? Ja hoor, ik zei dat de afspraak vervalt. | Sorry, welk stukje bedoelt u precies?
|
|
|
Zou u iets ___ kunnen komen? Czy mógłby pan podejść trochę bliżej? commencer à apprendre
|
|
Zou u iets dichterbij kunnen komen? Ja hoor, ik kom eraan. | Sorry, ik kan hier niet weg.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Ja, een klein beetje. | Nee hoor, ik kan je prima volgen.
|
|
|
Is het hier altijd zo ___? Czy zawsze jest tu tak głośno? commencer à apprendre
|
|
Is het hier altijd zo lawaaierig? Ja, vooral rond lunchtijd. | Nee, normaal is het veel rustiger.
|
|
|
Kunt u dat woord wat ___ uitspreken? Czy może pan wymówić to słowo wyraźniej? commencer à apprendre
|
|
Kunt u dat woord wat duidelijker uitspreken? Natuurlijk, ik zal het langzaam zeggen. | Sorry, ik weet niet goed hoe je het uitspreekt.
|
|
|
Moet ik dat laatste woord ___? Czy powinienem zapisać to ostatnie słowo? commencer à apprendre
|
|
Moet ik dat laatste woord opschrijven? Ja, dat is handig. | Nee hoor, dat hoeft niet.
|
|
|
Wat verstaat u onder dat ___? Co pan rozumie przez to pojęcie? commencer à apprendre
|
|
Wat verstaat u onder dat begrip? Ik bedoel de totale kosten. | Dat leg ik graag even uit.
|
|
|
Kunt u wat minder ___ gebruiken? Czy może pan używać mniej specjalistycznego żargonu? commencer à apprendre
|
|
Kunt u wat minder vaktaal gebruiken? Natuurlijk, ik zal het eenvoudiger uitleggen. | Ik zal het proberen, maar sommige termen zijn lastig te vermijden.
|
|
|
Mag ik even controleren of ik het goed heb ___? Czy mogę sprawdzić, czy dobrze usłyszałem? commencer à apprendre
|
|
Mag ik even controleren of ik het goed heb verstaan? Ja, vertel maar wat je hebt gehoord. | Natuurlijk, dan weten we zeker dat het klopt.
|
|
|
Czy źle to zinterpretowałem? commencer à apprendre
|
|
Heb ik het verkeerd opgevat? Ja, ik bedoelde het anders. | Nee, je hebt het goed begrepen.
|
|
|
Gaat het om vandaag of om ___? Czy chodzi o dziś czy o jutro? commencer à apprendre
|
|
Gaat het om vandaag of om morgen? Om vandaag, alsjeblieft. | Ik bedoelde morgen.
|
|
|
Bedoelt u inclusief of ___ btw? Czy kwota jest z VAT czy bez VAT? commencer à apprendre
|
|
Bedoelt u inclusief of exclusief btw? De prijs is inclusief btw. | Dit bedrag is nog zonder btw.
|
|
|
Kunt u aangeven wat er precies ___ is? Czy może pan wskazać, co dokładnie się zmieniło? commencer à apprendre
|
|
Kunt u aangeven wat er precies veranderd is? Alleen het tijdstip is anders. | De prijs en de voorwaarden zijn aangepast.
|
|
|
Is dat definitief of nog onder ___? Czy to już ostateczne, czy jeszcze warunkowe? commencer à apprendre
|
|
Is dat definitief of nog onder voorbehoud? Het is al definitief. | Nee, het moet nog bevestigd worden.
|
|
|
Heb ik iets over het ___ gezien? commencer à apprendre
|
|
Heb ik iets over het hoofd gezien? Ja, er staat nog een opmerking onderaan. | Nee hoor, dat is alles.
|
|
|
Kunt u me laten zien waar dat ___? Czy może mi pan pokazać, gdzie to jest napisane? commencer à apprendre
|
|
Kunt u me laten zien waar dat staat? Ja, op de tweede pagina. | Ik zoek het even voor u op.
|
|
|
Waarom staat er een ander ___ op de factuur? Dlaczego na fakturze widnieje inna kwota? commencer à apprendre
|
|
Waarom staat er een ander bedrag op de factuur? Er zijn extra kosten bijgekomen. | Dat lijkt een fout van ons te zijn.
|
|
|
Waarop ___ u die beslissing? Na czym opiera pan tę decyzję? commencer à apprendre
|
|
Waarop baseert u die beslissing? Op de gegevens die we hebben. | Dat moet ik even navragen.
|
|
|
Na ile jest pan tego pewien? commencer à apprendre
|
|
Hoe zeker bent u daarvan? Vrij zeker, ik heb het nagekeken. | Nog niet helemaal, ik moet het controleren.
|
|
|
Zullen we het even op een ___ zetten? Może uporządkujemy to wszystko po kolei? commencer à apprendre
|
|
Zullen we het even op een rijtje zetten? Ja, laten we bij het begin beginnen. | Liever straks, ik moet nu weg.
|
|
|
Volgens mij is hier iets door elkaar ___. Wydaje mi się, że coś tutaj pomylono. commencer à apprendre
|
|
Volgens mij is hier iets door elkaar gehaald. O, dat zou best kunnen. | Nee, dit zijn echt twee verschillende dingen.
|
|
|
Is dit voor iemand anders ___? Czy to jest przeznaczone dla kogoś innego? commencer à apprendre
|
|
Is dit voor iemand anders bedoeld? Ja, voor mijn collega. | Nee, het is juist voor jou.
|
|
|
U hebt waarschijnlijk het verkeerde nummer ___. Prawdopodobnie wybrał pan zły numer. commencer à apprendre
|
|
U hebt waarschijnlijk het verkeerde nummer gekozen. O, excuses voor het storen. | Dan heb ik me vast vergist.
|
|
|
Mijn naam staat verkeerd ___. Moje imię lub nazwisko jest źle zapisane. commencer à apprendre
|
|
Mijn naam staat verkeerd gespeld. Sorry, hoe moet ik het spellen? | Dat passen we meteen aan.
|
|
|
Er klopt iets niet met de ___. Coś się nie zgadza z zamówieniem. commencer à apprendre
|
|
Er klopt iets niet met de bestelling. Wat is er precies mis? | Ik kijk de bestelling even na.
|
|
|
Heb ik het ___ formulier ingevuld? Czy wypełniłem właściwy formularz? commencer à apprendre
|
|
Heb ik het juiste formulier ingevuld? Ja, dit is het goede formulier. | Nee, u hebt een andere versie nodig.
|
|
|
Is de verkeerde datum ___? Czy przekazano błędną datę? commencer à apprendre
|
|
Is de verkeerde datum doorgegeven? Ja, er is een fout gemaakt. | Nee, de datum is correct.
|
|
|
Kunnen we dat misverstand even ___? Czy możemy wyjaśnić to nieporozumienie? commencer à apprendre
|
|
Kunnen we dat misverstand even rechtzetten? Ja, laten we het rustig bespreken. | Ik heb nu geen tijd, kunnen we later bellen?
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Mag ik mezelf even corrigeren? Ja hoor, ga je gang. | Natuurlijk, wat bedoelde je precies?
|
|
|
Zullen we opnieuw beginnen om ___ te voorkomen? Może zaczniemy od nowa, żeby uniknąć zamieszania? commencer à apprendre
|
|
Zullen we opnieuw beginnen om verwarring te voorkomen? Ja, dat lijkt me verstandig. | Liever niet, laten we eerst één vraag oplossen.
|
|
|
Kunt u me helpen dit probleem op te ___? Czy może pan pomóc mi rozwiązać ten problem? commencer à apprendre
|
|
Kunt u me helpen dit probleem op te lossen? Natuurlijk, wat is er gebeurd? | Ik ben bang dat ik u moet doorverwijzen.
|
|
|
Do kogo mogę się zwrócić w tej sprawie? commencer à apprendre
|
|
Wie kan ik hierover aanspreken? Mijn collega bij de balie. | U kunt het beste naar de leidinggevende vragen.
|
|
|
Kunt u aangeven hoe lang het nog ___? Czy może pan powiedzieć, ile to jeszcze potrwa? commencer à apprendre
|
|
Kunt u aangeven hoe lang het nog duurt? Ongeveer tien minuten. | Dat kan ik helaas nog niet zeggen.
|
|
|
Kan dit zonder extra ___ worden opgelost? Czy można to rozwiązać bez dodatkowych opłat? commencer à apprendre
|
|
Kan dit zonder extra kosten worden opgelost? Ja, dat valt onder onze service. | Nee, daar rekenen we helaas wel iets voor.
|
|
|
Is er een ___ oplossing mogelijk? Czy możliwe jest rozwiązanie tymczasowe? commencer à apprendre
|
|
Is er een tijdelijke oplossing mogelijk? Ja, u kunt een reserveapparaat lenen. | Nee, op dit moment helaas niet.
|
|
|
Waarom is dit nog steeds niet ___? Dlaczego nadal nie zostało to załatwione? commencer à apprendre
|
|
Waarom is dit nog steeds niet geregeld? We wachten nog op een onderdeel. | Het is helaas blijven liggen.
|
|
|
Waar kan ik dit ___ melden? Gdzie mogę zgłosić to na piśmie? commencer à apprendre
|
|
Waar kan ik dit schriftelijk melden? Via het contactformulier op de website. | U kunt ons een e-mail sturen.
|
|
|
Kan ik een bevestiging op ___ krijgen? Czy mogę otrzymać papierowe potwierdzenie? commencer à apprendre
|
|
Kan ik een bevestiging op papier krijgen? Ja, ik print het even uit. | Nee, we versturen alleen digitale bevestigingen.
|
|
|
Wat zijn mijn ___ als dit niet lukt? Jakie mam możliwości, jeśli to nie zadziała? commencer à apprendre
|
|
Wat zijn mijn mogelijkheden als dit niet lukt? We kunnen het opnieuw proberen. | Dan kunt u een andere oplossing aanvragen.
|
|
|
Kunt u dit alstublieft nog eens ___? Czy może pan jeszcze raz to sprawdzić? commencer à apprendre
|
|
Kunt u dit alstublieft nog eens nakijken? Ja, ik kijk het meteen na. | Dat kan helaas pas morgen.
|
|
|
Vindt u het goed als ik eerst even ___? Czy mogę najpierw chwilę się zastanowić? commencer à apprendre
|
|
Vindt u het goed als ik eerst even nadenk? Ja, neem gerust de tijd. | We hebben helaas vandaag een antwoord nodig.
|
|
|
Ik ga daar liever niet op ___. Wolę nie poruszać tego tematu. commencer à apprendre
|
|
Ik ga daar liever niet op in. Dat begrijp ik, geen probleem. | Natuurlijk, we hoeven het er niet over te hebben.
|
|
|
Moet ik hier meteen een ___ over nemen? Czy muszę od razu podjąć decyzję? commencer à apprendre
|
|
Moet ik hier meteen een beslissing over nemen? Ja, we moeten het vandaag weten. | Nee, u kunt er rustig over nadenken.
|
|
|
Kunt u me even met ___ laten? Czy może mi pan dać chwilę spokoju? commencer à apprendre
|
|
Kunt u me even met rust laten? Sorry, natuurlijk. | Geen probleem, ik loop wel even weg.
|
|
|
Ik voel me hier niet ___ bij. Nie czuję się z tym komfortowo. commencer à apprendre
|
|
Ik voel me hier niet prettig bij. Dat begrijp ik, we stoppen ermee. | Wat zou je liever anders zien?
|
|
|
Kunnen we het bij de ___ houden? Czy możemy trzymać się faktów? commencer à apprendre
|
|
Kunnen we het bij de feiten houden? Ja, laten we rustig blijven. | Ik wil ook vertellen hoe ik me erbij voel.
|
|
|
Zou je me niet steeds willen ___? Czy możesz przestać mi ciągle przerywać? commencer à apprendre
|
|
Zou je me niet steeds willen onderbreken? Sorry, je hebt gelijk. | Excuses, maak je verhaal maar af.
|
|
|
Ik wil hier liever niet over ___. Wolałbym o tym nie rozmawiać. commencer à apprendre
|
|
Ik wil hier liever niet over praten. Dat snap ik, geen probleem. | Natuurlijk, laten we van onderwerp veranderen.
|
|
|
Kun je dat op een ___ toon zeggen? Czy możesz powiedzieć to spokojniejszym tonem? commencer à apprendre
|
|
Kun je dat op een rustigere toon zeggen? Ja, sorry, ik was wat geïrriteerd. | Je hebt gelijk, ik zal wat rustiger praten.
|
|
|
Zullen we dit ___ even onderbreken? Może na chwilę przerwiemy tę rozmowę? commencer à apprendre
|
|
Zullen we dit gesprek even onderbreken? Ja, dat lijkt me verstandig. | Liever niet, laten we het eerst afronden.
|
|
|
Is er onverwacht iets ___? Czy coś niespodziewanie wypadło? commencer à apprendre
|
|
Is er onverwacht iets tussengekomen? Ja, ik moest plotseling weg. | Nee, alles loopt volgens plan.
|
|
|
Waarom loopt alles zo ___? Dlaczego wszystko tak się przedłuża? commencer à apprendre
|
|
Waarom loopt alles zo uit? We zijn later begonnen. | Er kwam een probleem tussendoor.
|
|
|
Kunnen we het voor nu even laten ___? Możemy na razie zostawić tę sprawę? commencer à apprendre
|
|
Kunnen we het voor nu even laten rusten? Ja, we pakken het morgen op. | Nee, ik wil het liever nu oplossen.
|
|
|
___ het aan mij of duurt dit erg lang? Czy mi się wydaje, czy to strasznie długo trwa? commencer à apprendre
|
|
Ligt het aan mij of duurt dit erg lang? Nee, het duurt inderdaad langer dan normaal. | Het valt mee, we zijn bijna klaar.
|
|
|
Kunt u me op tijd ___ als er iets verandert? Czy może mnie pan uprzedzić na czas, jeśli coś się zmieni? commencer à apprendre
|
|
Kunt u me op tijd waarschuwen als er iets verandert? Ja, ik laat het meteen weten. | Ik kan het niet beloven, maar ik doe mijn best.
|
|
|
Is de afspraak per ongeluk ___ geboekt? Czy przypadkiem zarezerwowano termin podwójnie? commencer à apprendre
|
|
Is de afspraak per ongeluk dubbel geboekt? Ja, dat is helaas gebeurd. | Nee, er staan twee verschillende afspraken.
|
|
|
Komt er vandaag nog iemand ___? Czy ktoś jeszcze dzisiaj przyjdzie? commencer à apprendre
|
|
Komt er vandaag nog iemand langs? Ja, de monteur komt na drie uur. | Nee, we hebben niemand ingepland.
|
|
|
Kan ik nog op uw hulp ___? Czy mogę nadal liczyć na pana pomoc? commencer à apprendre
|
|
Kan ik nog op uw hulp rekenen? Ja, natuurlijk, we helpen u verder. | Nee, wij kunnen u hier helaas niet mee helpen.
|
|
|
Czy to jednorazowy problem? commencer à apprendre
|
|
Is dit een eenmalig probleem? Ja, normaal gebeurt dit nooit. | Nee, dit speelt al langer.
|
|
|
Wat ___ er als we niets doen? Co się stanie, jeśli nic nie zrobimy? commencer à apprendre
|
|
Wat gebeurt er als we niets doen? Dan wordt het probleem waarschijnlijk groter. | Misschien verandert er niets, maar dat weten we niet.
|
|
|
Kun je uitleggen waarom je zo ___? Czy możesz wyjaśnić, dlaczego tak reagujesz? commencer à apprendre
|
|
Kun je uitleggen waarom je zo reageert? Ik voel me niet serieus genomen. | Ik schrok gewoon van wat je zei.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Heb ik je daarmee gekwetst? Ja, dat kwam hard aan. | Nee hoor, ik snap wat je bedoelt.
|
|
|
Mogen we het hierover ___ zijn? Możemy mieć w tej sprawie odmienne zdania? commencer à apprendre
|
|
Mogen we het hierover oneens zijn? Natuurlijk, dat mag. | Ik wil je mening respecteren, maar hierover moeten we samen beslissen.
|
|
|
Wat bedoel je met die ___? Co masz na myśli, mówiąc coś takiego? commencer à apprendre
|
|
Wat bedoel je met die opmerking? Ik bedoelde het niet vervelend. | Ik was eigenlijk gewoon verbaasd.
|
|
|
Dlaczego wyciągasz taki wniosek? commencer à apprendre
|
|
Waarom trek je die conclusie? Omdat ik dit al eerder heb meegemaakt. | Ik had misschien te weinig informatie.
|
|
|
Kunnen we elkaar even laten ___? Możemy pozwolić sobie nawzajem dokończyć wypowiedzi? commencer à apprendre
|
|
Kunnen we elkaar even laten uitpraten? Ja, sorry, ga verder. | Je hebt gelijk, ik onderbrak je.
|
|
|
Czy coś cię gryzie / martwi? commencer à apprendre
|
|
Is er iets wat je dwarszit? Ja, ik maak me ergens zorgen over. | Nee hoor, ik ben alleen moe.
|
|
|
Zit je hier nog steeds ___? Czy nadal się tym przejmujesz? commencer à apprendre
|
|
Zit je hier nog steeds mee? Ja, het houdt me bezig. | Nee, ik heb het achter me gelaten.
|
|
|
Zullen we proberen dit uit te ___? Może spróbujemy sobie wszystko wyjaśnić? commencer à apprendre
|
|
Zullen we proberen dit uit te praten? Ja, dat lijkt me goed. | Ik wil eerst even tot rust komen.
|
|
|
Vind je dat ik te ver ben ___? Czy uważasz, że posunąłem się za daleko? commencer à apprendre
|
|
Vind je dat ik te ver ben gegaan? Ja, die opmerking ging te ver. | Nee, ik denk dat het een misverstand was.
|
|
|
Weet u waar ik ___ voor hulp? Czy wie pan, gdzie mogę zwrócić się po pomoc? commencer à apprendre
|
|
Weet u waar ik terechtkan voor hulp? Bij de balie aan het einde van de gang. | U kunt het beste de klantenservice bellen.
|
|
|
Czy może pan chwilę ze mną zostać? commencer à apprendre
|
|
Kunt u even bij me blijven? Ja hoor, ik blijf hier. | Ik haal meteen iemand die kan helpen.
|
|
|
Is het hier ___ om te wachten? Czy bezpiecznie jest tutaj czekać? commencer à apprendre
|
|
Is het hier veilig om te wachten? Ja, hier is voldoende verlichting. | Nee, u kunt beter binnen wachten.
|
|
|
Czy może pan kogoś zawołać do pomocy? commencer à apprendre
|
|
Kunt u iemand erbij roepen? Ja, ik haal mijn collega. | Sorry, ik ben hier alleen, maar ik kan iemand bellen.
|
|
|
Gdzie jest najbliższe wyjście? commencer à apprendre
|
|
Waar is de dichtstbijzijnde uitgang? Daar rechts achter de deur. | Loop rechtdoor en ga dan linksaf.
|
|
|
Moet ik hier even aan de ___ gaan? Czy powinienem się tutaj odsunąć? commencer à apprendre
|
|
Moet ik hier even aan de kant gaan? Ja graag, dan kan iedereen erlangs. | Nee hoor, u staat prima.
|
|
|
Ik ben mijn tas even uit het ___ verloren. Na chwilę straciłem swoją torbę z oczu. commencer à apprendre
|
|
Ik ben mijn tas even uit het oog verloren. Waar hebt u die voor het laatst gezien? | Dan kijken we samen even rond.
|
|
|
Is er ergens een ___ plek waar ik kan zitten? Czy jest gdzieś spokojne miejsce, gdzie mogę usiąść? commencer à apprendre
|
|
Is er ergens een rustige plek waar ik kan zitten? Ja, achterin is een wachtruimte. | Helaas is het hier overal vrij druk.
|
|
|
Moet ik hiervoor direct iemand ___? Czy muszę natychmiast kogoś powiadomić / wezwać? commencer à apprendre
|
|
Moet ik hiervoor direct iemand inschakelen? Ja, meld het meteen bij de receptie. | Nee, u kunt dit morgen doorgeven.
|
|
|
Kunt u me vertellen wat ik nu het ___ kan doen? Czy może mi pan powiedzieć, co najlepiej teraz zrobić? commencer à apprendre
|
|
Kunt u me vertellen wat ik nu het beste kan doen? Blijf hier even wachten, ik zoek het uit. | Ga naar de balie, daar helpen ze u.
|
|
|