15 - Sport

 0    80 fiche    bartoszkowalewski90
Télécharger mP3 Imprimer jouer consultez
 
question réponse
Heb je je ___ bij je?
Masz przy sobie kartę klubową?
commencer à apprendre
Heb je je sportpas bij je?
Ja, hier is mijn pasje. | Nee, die ben ik thuis vergeten.
sportpas
Kan ik hier een ___ kopen?
Czy mogę tutaj kupić wejściówkę na jeden dzień?
commencer à apprendre
Kan ik hier een dagpas kopen?
Ja, dat kan bij de balie. | Nee, we verkopen alleen abonnementen.
dagpas
Mag ik eerst een ___ volgen?
Czy mogę najpierw przyjść na trening próbny?
commencer à apprendre
Mag ik eerst een proeftraining volgen?
Ja hoor, je mag een keer meedoen. | Vandaag zit de groep helaas al vol.
proeftraining
Moet ik me van tevoren ___?
Czy muszę zapisać się wcześniej?
commencer à apprendre
Moet ik me van tevoren aanmelden?
Ja, via de app. | Nee hoor, je kunt gewoon binnenlopen.
aanmelden
Is de ___ vandaag open?
Czy sala treningowa jest dzisiaj otwarta?
commencer à apprendre
Is de trainingsruimte vandaag open?
Ja, tot tien uur. | Nee, vandaag is die gesloten.
trainingsruimte
Waar kan ik me ___?
Gdzie mogę się przebrać?
commencer à apprendre
Waar kan ik me omkleden?
In de kleedkamer links. | Achter de balie zijn ook kleedhokjes.
omkleden
Waar kan ik de ___ vinden?
Gdzie znajdę szafki na rzeczy?
commencer à apprendre
Waar kan ik de kluisjes vinden?
Achter de kleedkamers. | Aan het einde van de gang.
kluisjes
Heeft deze sportschool ook ___?
Czy ta siłownia oferuje też zajęcia grupowe?
commencer à apprendre
Heeft deze sportschool ook groepslessen?
Ja, kijk maar in het rooster. | Nee, hier kun je alleen zelfstandig trainen.
groepslessen
Kan ik mijn abonnement tijdelijk ___?
Czy mogę tymczasowo zawiesić abonament?
commencer à apprendre
Kan ik mijn abonnement tijdelijk pauzeren?
Ja, vraag het even bij de receptie. | Dat hangt af van je abonnement.
pauzeren
Waar vind ik het ___?
Gdzie znajdę harmonogram zajęć?
commencer à apprendre
Waar vind ik het lesrooster?
In de app van de sportschool. | Op het bord bij de ingang.
lesrooster
Is dit apparaat nog ___?
Czy ten sprzęt jest jeszcze zajęty?
commencer à apprendre
Is dit apparaat nog bezet?
Ja, ik ben er nog mee bezig. | Nee hoor, ga je gang.
bezet
Ben je nog lang ___?
Długo jeszcze będziesz ćwiczyć?
commencer à apprendre
Ben je nog lang bezig?
Ja, ik heb nog drie setjes. | Nee hoor, ik ben bijna klaar.
bezig
Hoeveel ___ moet je nog?
Ile serii zostało ci do końca?
commencer à apprendre
Hoeveel sets moet je nog?
Nog twee. | Dit was mijn laatste.
sets
Mag ik er even ___?
Mogę zrobić swoją serię w twojej przerwie?
commencer à apprendre
Mag ik er even tussendoor?
Ja hoor, tijdens mijn rust. | Liever niet, ik ben zo klaar.
tussendoor
Zullen we het apparaat ___?
Może będziemy korzystać ze sprzętu na zmianę?
commencer à apprendre
Zullen we het apparaat afwisselen?
Ja, prima, dan doen we om de beurt. | Liever niet, ik heb nog één set.
afwisselen
Kan ik dit ___ even gebruiken?
Mogę na chwilę skorzystać z tej ławki?
commencer à apprendre
Kan ik dit bankje even gebruiken?
Ja, ik ben ermee klaar. | Nog even niet, ik gebruik hem nog.
bankje
Zijn deze ___ van jou?
Czy te ciężary są twoje?
commencer à apprendre
Zijn deze gewichten van jou?
Ja, ik heb ze nog nodig. | Nee, pak maar.
gewichten
Mag ik die ___ even lenen?
Mogę pożyczyć te talerze do sztangi?
commencer à apprendre
Mag ik die schijven even lenen?
Ja hoor, pak ze maar. | Nee, die gebruik ik nog.
schijven
Kun je het bankje iets ___?
Możesz trochę przesunąć ławkę?
commencer à apprendre
Kun je het bankje iets opschuiven?
Natuurlijk, is het zo goed? | Wacht even, ik maak eerst mijn set af.
opschuiven
Waar liggen de losse ___?
Gdzie leżą hantle?
commencer à apprendre
Waar liggen de losse halters?
In het rek aan de rechterkant. | Volgens mij bij de grote spiegel.
halters
Weet je waar de ___ zijn?
Wiesz, gdzie są gumy oporowe?
commencer à apprendre
Weet je waar de weerstandsbanden zijn?
In de kast bij de ingang. | Nee, ik heb ze vandaag nog niet gezien.
weerstandsbanden
Is dit apparaat ___?
Czy ten sprzęt jest zepsuty?
commencer à apprendre
Is dit apparaat kapot?
Ja, er hangt een briefje op. | Nee, hij doet het gewoon.
kapot
Kun je even ___?
Możesz zrobić trochę miejsca?
commencer à apprendre
Kun je even plaatsmaken?
Ja hoor, ik schuif op. | Wacht even, ik sta hier nog net.
plaatsmaken
Kun je je handdoek even ___?
Możesz na chwilę zabrać swój ręcznik?
commencer à apprendre
Kun je je handdoek even weghalen?
Ja, sorry, ik haal hem weg. | O, ik dacht dat ik hem hier mocht leggen.
weghalen
Staat er nog iemand op dit apparaat te ___?
Czy ktoś jeszcze czeka na ten sprzęt?
commencer à apprendre
Staat er nog iemand op dit apparaat te wachten?
Ja, die jongen daar is na mij. | Nee, volgens mij niet.
wachten
Train je vandaag je ___?
Trenujesz dzisiaj nogi?
commencer à apprendre
Train je vandaag je benen?
Ja, ik doe vandaag squats. | Nee, vandaag train ik mijn rug.
benen
Hoeveel kilo ___ je?
Ile kilogramów podnosisz?
commencer à apprendre
Hoeveel kilo til je?
Ongeveer tachtig kilo. | Vandaag train ik wat lichter.
til
Hoeveel ___ doe je per set?
Ile powtórzeń robisz w serii?
commencer à apprendre
Hoeveel herhalingen doe je per set?
Meestal acht tot tien. | Dat verschilt per oefening.
herhalingen
Wil je het gewicht ___?
Chcesz zwiększyć ciężar?
commencer à apprendre
Wil je het gewicht verhogen?
Ja, ik doe er vijf kilo bij. | Nee, ik houd het voorlopig zo.
verhogen
Is dit gewicht te ___?
Czy ten ciężar jest za duży?
commencer à apprendre
Is dit gewicht te zwaar?
Ja, ik pak iets lichters. | Nee, dit gaat prima.
zwaar
Kun je me even ___?
Możesz mnie asekurować przy ćwiczeniu?
commencer à apprendre
Kun je me even spotten?
Ja, zeg maar wanneer je begint. | Sorry, ik moet nu weg.
spotten
Moet ik de stang ___?
Czy mam trzymać sztangę?
commencer à apprendre
Moet ik de stang vasthouden?
Ja, maar alleen als ik hulp nodig heb. | Nee, blijf maar even in de buurt.
vasthouden
Wil je even ___?
Możesz chwilę popatrzeć, jak ćwiczę?
commencer à apprendre
Wil je even meekijken?
Ja, ik let op je houding. | Ik kan zo kijken, ik ben nog bezig.
meekijken
Hoelang ___ je tussen je sets?
Ile odpoczywasz między seriami?
commencer à apprendre
Hoelang rust je tussen je sets?
Ongeveer twee minuten. | Dat verschilt per oefening.
rust
Ben je al ___?
Masz już za sobą rozgrzewkę?
commencer à apprendre
Ben je al opgewarmd?
Ja, ik heb net tien minuten gefietst. | Nog niet, ik begin zo met de warming-up.
opgewarmd
Ga je straks nog ___ doen?
Będziesz jeszcze robić cardio?
commencer à apprendre
Ga je straks nog cardio doen?
Ja, nog een kwartiertje. | Nee, ik heb vandaag weinig tijd.
cardio
Wat wil je met deze training ___?
Co chcesz osiągnąć dzięki temu treningowi?
commencer à apprendre
Wat wil je met deze training bereiken?
Ik wil sterker worden. | Ik werk vooral aan mijn conditie.
bereiken
Houd ik mijn rug zo ___?
Czy tak trzymam proste plecy?
commencer à apprendre
Houd ik mijn rug zo recht?
Ja, dat ziet er goed uit. | Probeer hem iets rechter te houden.
recht
Moet ik mijn knieën ___?
Czy mam uginać kolana?
commencer à apprendre
Moet ik mijn knieën buigen?
Ja, bij deze oefening wel. | Dat hangt af van de oefening.
buigen
Hoe moet ik dit apparaat ___?
Jak mam ustawić ten sprzęt?
commencer à apprendre
Hoe moet ik dit apparaat instellen?
Zet eerst de stoel wat hoger. | Ik roep er even een trainer bij.
instellen
Staat de ___ zo goed?
Czy siedzenie jest dobrze ustawione?
commencer à apprendre
Staat de zitting zo goed?
Ja, zo zit je goed. | Nee, zet het één stand lager.
zitting
Kun je de oefening even ___?
Możesz pokazać mi, jak wykonać ćwiczenie?
commencer à apprendre
Kun je de oefening even voordoen?
Ja, kijk maar even. | Ik vraag de trainer om het te laten zien.
voordoen
Moet ik mijn buikspieren ___?
Czy powinienem napiąć mięśnie brzucha?
commencer à apprendre
Moet ik mijn buikspieren aanspannen?
Ja, bij deze beweging wel. | Vraag de trainer even wanneer dat nodig is.
aanspannen
Doe ik deze oefening ___?
Czy wykonuję to ćwiczenie poprawnie?
commencer à apprendre
Doe ik deze oefening goed?
Ja, blijf rustig bewegen. | Bijna, let nog even op je houding.
goed
Moet ik iets ___ bewegen?
Czy powinienem wykonywać ruch trochę wolniej?
commencer à apprendre
Moet ik iets langzamer bewegen?
Ja, doe het gecontroleerd. | Nee, dit tempo is prima.
langzamer
Waar moet ik vooral op ___?
Na co powinienem szczególnie uważać?
commencer à apprendre
Waar moet ik vooral op letten?
Op je houding en je ademhaling. | Vooral dat je niet te zwaar begint.
letten
Kun je me ___ hoe dit werkt?
Możesz mi wyjaśnić, jak to działa?
commencer à apprendre
Kun je me uitleggen hoe dit werkt?
Natuurlijk, ik laat het zien. | Vraag het anders even aan de trainer.
uitleggen
Zal ik het met iets minder gewicht ___?
Spróbować z trochę mniejszym ciężarem?
commencer à apprendre
Zal ik het met iets minder gewicht proberen?
Ja, dat lijkt me verstandig. | Overleg eerst even met de trainer.
proberen
Zal ik de beweging nog een keer ___?
Powtórzyć ten ruch jeszcze raz?
commencer à apprendre
Zal ik de beweging nog een keer herhalen?
Ja graag, ik wil het nog eens zien. | Nee, ik snap het al.
herhalen
Hoe laat ___ de groepsles?
O której zaczynają się zajęcia grupowe?
commencer à apprendre
Hoe laat begint de groepsles?
Om zeven uur. | Vandaag begint de les een kwartier later.
begint
Zit de les al ___?
Czy na zajęciach są już wszystkie miejsca zajęte?
commencer à apprendre
Zit de les al vol?
Ja, helaas. | Nee, je kunt nog meedoen.
vol
Kan ik nog ___ bij de les?
Mogę jeszcze dołączyć do zajęć?
commencer à apprendre
Kan ik nog aansluiten bij de les?
Ja, we zijn net begonnen. | Nee, we zijn al halverwege.
aansluiten
Moet ik me voor de bokstraining ___?
Czy muszę zapisać się na trening bokserski?
commencer à apprendre
Moet ik me voor de bokstraining inschrijven?
Ja, dat doe je via de app. | Nee, je kunt gewoon langskomen.
inschrijven
Heb je je ___ bij je?
Masz ze sobą rękawice bokserskie?
commencer à apprendre
Heb je je bokshandschoenen bij je?
Ja, ze zitten in mijn tas. | Nee, kan ik ze hier lenen?
bokshandschoenen
Heb je je ___ al om?
Masz już założone bandaże bokserskie?
commencer à apprendre
Heb je je bandages al om?
Ja, ik ben klaar. | Nee, die moet ik nog omdoen.
bandages
Zullen we samen op de ___ trainen?
Poćwiczymy razem na łapach trenerskich?
commencer à apprendre
Zullen we samen op de pads trainen?
Ja, laten we om de beurt oefenen. | Ik train vandaag liever op de bokszak.
pads
Hoeveel ___ doen we?
Ile rund robimy?
commencer à apprendre
Hoeveel rondes doen we?
Drie rondes van twee minuten. | Dat horen we zo van de trainer.
rondes
Zullen we rustig ___?
Może posparujemy lekko?
commencer à apprendre
Zullen we rustig sparren?
Ja, maar alleen met licht contact. | Nee, ik doe vandaag liever techniek.
sparren
Kun je iets minder hard ___?
Możesz uderzać trochę lżej?
commencer à apprendre
Kun je iets minder hard slaan?
Ja, sorry, ik doe rustiger aan. | Dat was niet de bedoeling, ik pas me aan.
slaan
Wat ___ we vandaag?
Co dzisiaj ćwiczymy?
commencer à apprendre
Wat oefenen we vandaag?
Vooral onze verdediging. | Vandaag werken we aan voetenwerk.
oefenen
Hoelang ___ je al?
Od jak dawna uprawiasz sport?
commencer à apprendre
Hoelang sport je al?
Al een paar jaar. | Ik ben pas net begonnen.
sport
Hoe vaak ga je naar de ___?
Jak często chodzisz na siłownię?
commencer à apprendre
Hoe vaak ga je naar de sportschool?
Ongeveer drie keer per week. | Niet zo vaak als ik zou willen.
sportschool
Ben je tevreden met je ___?
Jesteś zadowolony ze swoich postępów?
commencer à apprendre
Ben je tevreden met je vooruitgang?
Ja, ik merk duidelijk verschil. | Nee, het gaat langzamer dan ik hoopte.
vooruitgang
Ben je de laatste tijd ___ geworden?
Stałeś się ostatnio silniejszy?
commencer à apprendre
Ben je de laatste tijd sterker geworden?
Ja, ik til nu meer gewicht. | Nee, ik ben ongeveer gelijk gebleven.
sterker
Heb je ___ van gisteren?
Masz zakwasy / ból mięśni po wczorajszym treningu?
commencer à apprendre
Heb je spierpijn van gisteren?
Ja, vooral in mijn benen. | Nee, gelukkig niet.
spierpijn
Ben je nog buiten ___?
Nadal jesteś zdyszany?
commencer à apprendre
Ben je nog buiten adem?
Ja, geef me even een minuutje. | Nee hoor, het gaat weer.
adem
Ben je alweer ___?
Zdążyłeś już się zregenerować?
commencer à apprendre
Ben je alweer hersteld?
Ja, ik voel me weer fit. | Nee, ik heb nog wat spierpijn.
hersteld
Ga je vandaag ___ aan doen?
Zamierzasz dzisiaj trenować spokojniej?
commencer à apprendre
Ga je vandaag rustig aan doen?
Ja, ik ben nog moe. | Nee, ik voel me juist energiek.
rustig
Zullen we nog even ___?
Może trochę pochodzić po treningu, żeby się uspokoić?
commencer à apprendre
Zullen we nog even uitlopen?
Ja, ik wandel nog tien minuten. | Nee, ik moet meteen weg.
uitlopen
Ben je ___ met trainen?
Skończyłeś już trening?
commencer à apprendre
Ben je klaar met trainen?
Ja, ik ga douchen. | Nee, ik doe nog één oefening.
klaar
Wil je de gewichten ___?
Możesz odłożyć ciężary na miejsce?
commencer à apprendre
Wil je de gewichten terugleggen?
Ja, ik ruim ze meteen op. | Natuurlijk, zodra ik klaar ben.
terugleggen
Kun je het apparaat na gebruik ___?
Możesz wyczyścić sprzęt po użyciu?
commencer à apprendre
Kun je het apparaat na gebruik schoonmaken?
Ja, ik pak een doekje. | Sorry, ik was het vergeten.
schoonmaken
Is een handdoek hier ___?
Czy ręcznik jest tutaj obowiązkowy?
commencer à apprendre
Is een handdoek hier verplicht?
Ja, op alle apparaten. | Nee, maar het wordt wel aangeraden.
verplicht
Heb je een ___ nodig voor het kluisje?
Potrzebujesz monety do szafki?
commencer à apprendre
Heb je een muntje nodig voor het kluisje?
Ja, een euro. | Nee, er zit een codeslot op.
muntje
Kan ik mijn waterfles hier ___?
Mogę tu napełnić butelkę wodą?
commencer à apprendre
Kan ik mijn waterfles hier bijvullen?
Ja, bij de waterkraan. | Nee, die is momenteel buiten gebruik.
bijvullen
Waar kan ik mijn sporttas ___?
Gdzie mogę odłożyć torbę sportową?
commencer à apprendre
Waar kan ik mijn sporttas neerzetten?
In het kluisje bij de kleedkamer. | Vraag maar even bij de receptie.
neerzetten
Gaat het ___ met je?
Wszystko z tobą w porządku?
commencer à apprendre
Gaat het wel met je?
Ja hoor, ik moest even op adem komen. | Nee, ik voel me niet goed.
wel
Heb je je enkel ___?
Skręciłeś kostkę?
commencer à apprendre
Heb je je enkel verstuikt?
Misschien, het doet pijn bij het lopen. | Nee, ik ben alleen verkeerd terechtgekomen.
verstuikt
Zal ik er een trainer bij ___?
Mam zawołać trenera?
commencer à apprendre
Zal ik er een trainer bij halen?
Ja graag, dat lijkt me verstandig. | Nee bedankt, het gaat weer.
halen
Zal ik wat water voor je ___?
Przynieść ci trochę wody?
commencer à apprendre
Zal ik wat water voor je pakken?
Ja graag, dank je. | Nee bedankt, ik heb zelf water.
pakken

Vous devez vous connecter pour poster un commentaire.