|
question |
réponse |
Masz przy sobie kartę klubową? commencer à apprendre
|
|
Heb je je sportpas bij je? Ja, hier is mijn pasje. | Nee, die ben ik thuis vergeten.
|
|
|
Kan ik hier een ___ kopen? Czy mogę tutaj kupić wejściówkę na jeden dzień? commencer à apprendre
|
|
Kan ik hier een dagpas kopen? Ja, dat kan bij de balie. | Nee, we verkopen alleen abonnementen.
|
|
|
Mag ik eerst een ___ volgen? Czy mogę najpierw przyjść na trening próbny? commencer à apprendre
|
|
Mag ik eerst een proeftraining volgen? Ja hoor, je mag een keer meedoen. | Vandaag zit de groep helaas al vol.
|
|
|
Moet ik me van tevoren ___? Czy muszę zapisać się wcześniej? commencer à apprendre
|
|
Moet ik me van tevoren aanmelden? Ja, via de app. | Nee hoor, je kunt gewoon binnenlopen.
|
|
|
Czy sala treningowa jest dzisiaj otwarta? commencer à apprendre
|
|
Is de trainingsruimte vandaag open? Ja, tot tien uur. | Nee, vandaag is die gesloten.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
In de kleedkamer links. | Achter de balie zijn ook kleedhokjes.
|
|
|
Waar kan ik de ___ vinden? Gdzie znajdę szafki na rzeczy? commencer à apprendre
|
|
Waar kan ik de kluisjes vinden? Achter de kleedkamers. | Aan het einde van de gang.
|
|
|
Heeft deze sportschool ook ___? Czy ta siłownia oferuje też zajęcia grupowe? commencer à apprendre
|
|
Heeft deze sportschool ook groepslessen? Ja, kijk maar in het rooster. | Nee, hier kun je alleen zelfstandig trainen.
|
|
|
Kan ik mijn abonnement tijdelijk ___? Czy mogę tymczasowo zawiesić abonament? commencer à apprendre
|
|
Kan ik mijn abonnement tijdelijk pauzeren? Ja, vraag het even bij de receptie. | Dat hangt af van je abonnement.
|
|
|
Gdzie znajdę harmonogram zajęć? commencer à apprendre
|
|
Waar vind ik het lesrooster? In de app van de sportschool. | Op het bord bij de ingang.
|
|
|
Czy ten sprzęt jest jeszcze zajęty? commencer à apprendre
|
|
Is dit apparaat nog bezet? Ja, ik ben er nog mee bezig. | Nee hoor, ga je gang.
|
|
|
Długo jeszcze będziesz ćwiczyć? commencer à apprendre
|
|
Ja, ik heb nog drie setjes. | Nee hoor, ik ben bijna klaar.
|
|
|
Ile serii zostało ci do końca? commencer à apprendre
|
|
Hoeveel sets moet je nog? Nog twee. | Dit was mijn laatste.
|
|
|
Mogę zrobić swoją serię w twojej przerwie? commencer à apprendre
|
|
Mag ik er even tussendoor? Ja hoor, tijdens mijn rust. | Liever niet, ik ben zo klaar.
|
|
|
Zullen we het apparaat ___? Może będziemy korzystać ze sprzętu na zmianę? commencer à apprendre
|
|
Zullen we het apparaat afwisselen? Ja, prima, dan doen we om de beurt. | Liever niet, ik heb nog één set.
|
|
|
Kan ik dit ___ even gebruiken? Mogę na chwilę skorzystać z tej ławki? commencer à apprendre
|
|
Kan ik dit bankje even gebruiken? Ja, ik ben ermee klaar. | Nog even niet, ik gebruik hem nog.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Zijn deze gewichten van jou? Ja, ik heb ze nog nodig. | Nee, pak maar.
|
|
|
Mag ik die ___ even lenen? Mogę pożyczyć te talerze do sztangi? commencer à apprendre
|
|
Mag ik die schijven even lenen? Ja hoor, pak ze maar. | Nee, die gebruik ik nog.
|
|
|
Kun je het bankje iets ___? Możesz trochę przesunąć ławkę? commencer à apprendre
|
|
Kun je het bankje iets opschuiven? Natuurlijk, is het zo goed? | Wacht even, ik maak eerst mijn set af.
|
|
|
Waar liggen de losse ___? commencer à apprendre
|
|
Waar liggen de losse halters? In het rek aan de rechterkant. | Volgens mij bij de grote spiegel.
|
|
|
Weet je waar de ___ zijn? Wiesz, gdzie są gumy oporowe? commencer à apprendre
|
|
Weet je waar de weerstandsbanden zijn? In de kast bij de ingang. | Nee, ik heb ze vandaag nog niet gezien.
|
|
|
Czy ten sprzęt jest zepsuty? commencer à apprendre
|
|
Ja, er hangt een briefje op. | Nee, hij doet het gewoon.
|
|
|
Możesz zrobić trochę miejsca? commencer à apprendre
|
|
Ja hoor, ik schuif op. | Wacht even, ik sta hier nog net.
|
|
|
Kun je je handdoek even ___? Możesz na chwilę zabrać swój ręcznik? commencer à apprendre
|
|
Kun je je handdoek even weghalen? Ja, sorry, ik haal hem weg. | O, ik dacht dat ik hem hier mocht leggen.
|
|
|
Staat er nog iemand op dit apparaat te ___? Czy ktoś jeszcze czeka na ten sprzęt? commencer à apprendre
|
|
Staat er nog iemand op dit apparaat te wachten? Ja, die jongen daar is na mij. | Nee, volgens mij niet.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Train je vandaag je benen? Ja, ik doe vandaag squats. | Nee, vandaag train ik mijn rug.
|
|
|
Ile kilogramów podnosisz? commencer à apprendre
|
|
Ongeveer tachtig kilo. | Vandaag train ik wat lichter.
|
|
|
Hoeveel ___ doe je per set? Ile powtórzeń robisz w serii? commencer à apprendre
|
|
Hoeveel herhalingen doe je per set? Meestal acht tot tien. | Dat verschilt per oefening.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Wil je het gewicht verhogen? Ja, ik doe er vijf kilo bij. | Nee, ik houd het voorlopig zo.
|
|
|
Czy ten ciężar jest za duży? commencer à apprendre
|
|
Ja, ik pak iets lichters. | Nee, dit gaat prima.
|
|
|
Możesz mnie asekurować przy ćwiczeniu? commencer à apprendre
|
|
Ja, zeg maar wanneer je begint. | Sorry, ik moet nu weg.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Moet ik de stang vasthouden? Ja, maar alleen als ik hulp nodig heb. | Nee, blijf maar even in de buurt.
|
|
|
Możesz chwilę popatrzeć, jak ćwiczę? commencer à apprendre
|
|
Ja, ik let op je houding. | Ik kan zo kijken, ik ben nog bezig.
|
|
|
Hoelang ___ je tussen je sets? Ile odpoczywasz między seriami? commencer à apprendre
|
|
Hoelang rust je tussen je sets? Ongeveer twee minuten. | Dat verschilt per oefening.
|
|
|
Masz już za sobą rozgrzewkę? commencer à apprendre
|
|
Ja, ik heb net tien minuten gefietst. | Nog niet, ik begin zo met de warming-up.
|
|
|
Ga je straks nog ___ doen? Będziesz jeszcze robić cardio? commencer à apprendre
|
|
Ga je straks nog cardio doen? Ja, nog een kwartiertje. | Nee, ik heb vandaag weinig tijd.
|
|
|
Wat wil je met deze training ___? Co chcesz osiągnąć dzięki temu treningowi? commencer à apprendre
|
|
Wat wil je met deze training bereiken? Ik wil sterker worden. | Ik werk vooral aan mijn conditie.
|
|
|
Czy tak trzymam proste plecy? commencer à apprendre
|
|
Houd ik mijn rug zo recht? Ja, dat ziet er goed uit. | Probeer hem iets rechter te houden.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Moet ik mijn knieën buigen? Ja, bij deze oefening wel. | Dat hangt af van de oefening.
|
|
|
Hoe moet ik dit apparaat ___? Jak mam ustawić ten sprzęt? commencer à apprendre
|
|
Hoe moet ik dit apparaat instellen? Zet eerst de stoel wat hoger. | Ik roep er even een trainer bij.
|
|
|
Czy siedzenie jest dobrze ustawione? commencer à apprendre
|
|
Staat de zitting zo goed? Ja, zo zit je goed. | Nee, zet het één stand lager.
|
|
|
Kun je de oefening even ___? Możesz pokazać mi, jak wykonać ćwiczenie? commencer à apprendre
|
|
Kun je de oefening even voordoen? Ja, kijk maar even. | Ik vraag de trainer om het te laten zien.
|
|
|
Moet ik mijn buikspieren ___? Czy powinienem napiąć mięśnie brzucha? commencer à apprendre
|
|
Moet ik mijn buikspieren aanspannen? Ja, bij deze beweging wel. | Vraag de trainer even wanneer dat nodig is.
|
|
|
Doe ik deze oefening ___? Czy wykonuję to ćwiczenie poprawnie? commencer à apprendre
|
|
Doe ik deze oefening goed? Ja, blijf rustig bewegen. | Bijna, let nog even op je houding.
|
|
|
Moet ik iets ___ bewegen? Czy powinienem wykonywać ruch trochę wolniej? commencer à apprendre
|
|
Moet ik iets langzamer bewegen? Ja, doe het gecontroleerd. | Nee, dit tempo is prima.
|
|
|
Waar moet ik vooral op ___? Na co powinienem szczególnie uważać? commencer à apprendre
|
|
Waar moet ik vooral op letten? Op je houding en je ademhaling. | Vooral dat je niet te zwaar begint.
|
|
|
Kun je me ___ hoe dit werkt? Możesz mi wyjaśnić, jak to działa? commencer à apprendre
|
|
Kun je me uitleggen hoe dit werkt? Natuurlijk, ik laat het zien. | Vraag het anders even aan de trainer.
|
|
|
Zal ik het met iets minder gewicht ___? Spróbować z trochę mniejszym ciężarem? commencer à apprendre
|
|
Zal ik het met iets minder gewicht proberen? Ja, dat lijkt me verstandig. | Overleg eerst even met de trainer.
|
|
|
Zal ik de beweging nog een keer ___? Powtórzyć ten ruch jeszcze raz? commencer à apprendre
|
|
Zal ik de beweging nog een keer herhalen? Ja graag, ik wil het nog eens zien. | Nee, ik snap het al.
|
|
|
Hoe laat ___ de groepsles? O której zaczynają się zajęcia grupowe? commencer à apprendre
|
|
Hoe laat begint de groepsles? Om zeven uur. | Vandaag begint de les een kwartier later.
|
|
|
Czy na zajęciach są już wszystkie miejsca zajęte? commencer à apprendre
|
|
Ja, helaas. | Nee, je kunt nog meedoen.
|
|
|
Kan ik nog ___ bij de les? Mogę jeszcze dołączyć do zajęć? commencer à apprendre
|
|
Kan ik nog aansluiten bij de les? Ja, we zijn net begonnen. | Nee, we zijn al halverwege.
|
|
|
Moet ik me voor de bokstraining ___? Czy muszę zapisać się na trening bokserski? commencer à apprendre
|
|
Moet ik me voor de bokstraining inschrijven? Ja, dat doe je via de app. | Nee, je kunt gewoon langskomen.
|
|
|
Masz ze sobą rękawice bokserskie? commencer à apprendre
|
|
Heb je je bokshandschoenen bij je? Ja, ze zitten in mijn tas. | Nee, kan ik ze hier lenen?
|
|
|
Masz już założone bandaże bokserskie? commencer à apprendre
|
|
Heb je je bandages al om? Ja, ik ben klaar. | Nee, die moet ik nog omdoen.
|
|
|
Zullen we samen op de ___ trainen? Poćwiczymy razem na łapach trenerskich? commencer à apprendre
|
|
Zullen we samen op de pads trainen? Ja, laten we om de beurt oefenen. | Ik train vandaag liever op de bokszak.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Drie rondes van twee minuten. | Dat horen we zo van de trainer.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Zullen we rustig sparren? Ja, maar alleen met licht contact. | Nee, ik doe vandaag liever techniek.
|
|
|
Kun je iets minder hard ___? Możesz uderzać trochę lżej? commencer à apprendre
|
|
Kun je iets minder hard slaan? Ja, sorry, ik doe rustiger aan. | Dat was niet de bedoeling, ik pas me aan.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Vooral onze verdediging. | Vandaag werken we aan voetenwerk.
|
|
|
Od jak dawna uprawiasz sport? commencer à apprendre
|
|
Al een paar jaar. | Ik ben pas net begonnen.
|
|
|
Hoe vaak ga je naar de ___? Jak często chodzisz na siłownię? commencer à apprendre
|
|
Hoe vaak ga je naar de sportschool? Ongeveer drie keer per week. | Niet zo vaak als ik zou willen.
|
|
|
Ben je tevreden met je ___? Jesteś zadowolony ze swoich postępów? commencer à apprendre
|
|
Ben je tevreden met je vooruitgang? Ja, ik merk duidelijk verschil. | Nee, het gaat langzamer dan ik hoopte.
|
|
|
Ben je de laatste tijd ___ geworden? Stałeś się ostatnio silniejszy? commencer à apprendre
|
|
Ben je de laatste tijd sterker geworden? Ja, ik til nu meer gewicht. | Nee, ik ben ongeveer gelijk gebleven.
|
|
|
Masz zakwasy / ból mięśni po wczorajszym treningu? commencer à apprendre
|
|
Heb je spierpijn van gisteren? Ja, vooral in mijn benen. | Nee, gelukkig niet.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Ja, geef me even een minuutje. | Nee hoor, het gaat weer.
|
|
|
Zdążyłeś już się zregenerować? commencer à apprendre
|
|
Ja, ik voel me weer fit. | Nee, ik heb nog wat spierpijn.
|
|
|
Ga je vandaag ___ aan doen? Zamierzasz dzisiaj trenować spokojniej? commencer à apprendre
|
|
Ga je vandaag rustig aan doen? Ja, ik ben nog moe. | Nee, ik voel me juist energiek.
|
|
|
Może trochę pochodzić po treningu, żeby się uspokoić? commencer à apprendre
|
|
Zullen we nog even uitlopen? Ja, ik wandel nog tien minuten. | Nee, ik moet meteen weg.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Ben je klaar met trainen? Ja, ik ga douchen. | Nee, ik doe nog één oefening.
|
|
|
Możesz odłożyć ciężary na miejsce? commencer à apprendre
|
|
Wil je de gewichten terugleggen? Ja, ik ruim ze meteen op. | Natuurlijk, zodra ik klaar ben.
|
|
|
Kun je het apparaat na gebruik ___? Możesz wyczyścić sprzęt po użyciu? commencer à apprendre
|
|
Kun je het apparaat na gebruik schoonmaken? Ja, ik pak een doekje. | Sorry, ik was het vergeten.
|
|
|
Is een handdoek hier ___? Czy ręcznik jest tutaj obowiązkowy? commencer à apprendre
|
|
Is een handdoek hier verplicht? Ja, op alle apparaten. | Nee, maar het wordt wel aangeraden.
|
|
|
Heb je een ___ nodig voor het kluisje? Potrzebujesz monety do szafki? commencer à apprendre
|
|
Heb je een muntje nodig voor het kluisje? Ja, een euro. | Nee, er zit een codeslot op.
|
|
|
Kan ik mijn waterfles hier ___? Mogę tu napełnić butelkę wodą? commencer à apprendre
|
|
Kan ik mijn waterfles hier bijvullen? Ja, bij de waterkraan. | Nee, die is momenteel buiten gebruik.
|
|
|
Waar kan ik mijn sporttas ___? Gdzie mogę odłożyć torbę sportową? commencer à apprendre
|
|
Waar kan ik mijn sporttas neerzetten? In het kluisje bij de kleedkamer. | Vraag maar even bij de receptie.
|
|
|
Wszystko z tobą w porządku? commencer à apprendre
|
|
Ja hoor, ik moest even op adem komen. | Nee, ik voel me niet goed.
|
|
|
|
commencer à apprendre
|
|
Heb je je enkel verstuikt? Misschien, het doet pijn bij het lopen. | Nee, ik ben alleen verkeerd terechtgekomen.
|
|
|
Zal ik er een trainer bij ___? commencer à apprendre
|
|
Zal ik er een trainer bij halen? Ja graag, dat lijkt me verstandig. | Nee bedankt, het gaat weer.
|
|
|
Zal ik wat water voor je ___? Przynieść ci trochę wody? commencer à apprendre
|
|
Zal ik wat water voor je pakken? Ja graag, dank je. | Nee bedankt, ik heb zelf water.
|
|
|